Naar zee...

Een gezellig, leuk en informatief Scheepvaartforum
Gebruikersavatar
jdbvos
Berichten: 6590
Lid geworden op: 22 apr 2006 16:17
Locatie: Groningen

Re: Naar zee...

Bericht door jdbvos » 07 mei 2014 11:33

Tsjonge, wat een avontuur !
Tenminste, in retrospect.....als je het op dat moment overkomt zie je het niet als een avontuur.....

Maar ff een vraag, Theo...
In 1951 was de (uitgebreide) NEMEDRI op de hele Oostzee en Botnische Golf toch nog van toepassing ?
Je liep in die tijd voor je het wist nog op een mijn. Zelfs in mijn jonge jaren hoorde ik nog wel over (Deense of Zweedse) visserschepen die niet eens ver naast de vrijgemaakte doorvaarten 'ontploften'.....
Dat risico hadden jullie -vooral nog maar 6 jaar na dato- toch ook als je bij Finland naast 'de geul' terechtkwam ?
Ik heb pa's oude NEMEDRI-kaarten, compleet met het mapje, maar ingeleverd bij het scheepvaartmuseum Groningen....tezamen met de brief (begin '70 ???) waarin de N pas officieel werd ingetrokken.
Ik kan de gebieden dus niet zo 1-2-3 bekijken.....
Werd tijdens de sleepreis daar nog rekening mee gehouden ? Mij valt nl op dat vóór Turku, jullie niet 'binnendoor' gingen....
Had dat daarmee te maken ? Of was dat alleen maar vanwege de lengte van de sleep ?
Greetz!
Jan DB Vos

Aad v Staveren (RIP)

Re: Naar zee...

Bericht door Aad v Staveren (RIP) » 07 mei 2014 11:44

Prachtig Theo ik heb weer van je verhaal genoten. Sommige dingen komen me bekend voor. O A de sleep die tegen de boei aan kwam na het missen van de sleepboot van de boei.
AQad van Staverem

Gebruikersavatar
Theo Horsten (R.I.P.)
Berichten: 7820
Lid geworden op: 21 jul 2004 22:57
Locatie: N.Griekenland
Contacteer:

Re: Naar zee...

Bericht door Theo Horsten (R.I.P.) » 07 mei 2014 12:00

Dat gevaar bestond wél in de Finse- maar niet in de Bothnische Golf en ook in 1951 begon en eindigde de geveegde route van en naar het Kielerkanaal bij "boei 5". Daar weet ik de exacte positie niet (meer) van, maar hij lag op 45 mijl van Sandhammaren en was een van de geijkte punten in de Oostzeevaart. Vanaf boei 5 volgde je de geveegde route langs Gedser Rev en Fehmarn Belt naar Kiel vuurschip. Ik neem aan dat de sleepboot ons in die route wel wat korter heeft gesleept dan 300 meter.
Sont en Belten en vooral het Kattegat was een en al route en dat is ook vele jaren zo gebleven.
Nee, na vertrek Nystad zocht hij direct de ruimte op, dus niet binnendoor.

Een NEMEDRI, ik wou dat ik er ook eentje had bewaard.
Omnia transit sed navigare necesse est

Gebruikersavatar
rspeur
Berichten: 2929
Lid geworden op: 11 dec 2009 17:41
Locatie: Almere
Contacteer:

Re: Naar zee...

Bericht door rspeur » 07 mei 2014 12:23

Theo,
Ik geniet met volle teugen. Vaak heb ik aan een half woord genoeg voor een "terugkijkertje", zo ook nu bij het laatste deel van je verhaal waarin de struikelende kok ter sprake komt.
Ik neem de vrijheid er een eigen herinnering aan vast te knopen. Zonder drank. Al eerder geplaatst overigens.

Op de Neder Ebro was ik kapiteinsbediende. Deeltaak: koffie naar kapitein, brug en marconist. Dus om tien uur met drie blaadjes een dek omhoog. Een voor de kapitein, een voor de stuurman van de wacht (4e ofwel ampat), een voor de sparks. Het waren van die mooie rechthoekige (A4 formaat), met afmetingen dus die zich uitstekend leenden voor de verdeling twee links, een rechts. Voormalige bedienden zullen dat met me eens zijn, huidige kelners/serveersters natuurlijk ook. En het ging altijd goed, zelfs bij het ronden van de Kaap. Bij zwaar weer soms even de rechter elleboog als extra steun gebruiken op de trap als het schip wat al te veel aan het kojangen was, maar de koffie kwam altijd keurig op de bestemming. Niet écht altijd dus: bij mij is het één keer fout gegaan. En niet in zwaar weer, maar in de Rode Zee, die vaak - toen dus ook - spiegelglad is. Ik neem de eerste twee treden en jawel, ik struikel. Languit dus. Alle drie plateautjes volledig geleegd op de trap, het was een puinhoop. Sparks, normaal gesproken een zeer stoïcijns figuur, kon je zo ongeveer oprapen toen hij de ravage zag en zelfs de kapitein, die een echte heer was - maar dan ook een échte - deed het bijna in zijn kort wit. De stuurman van de wacht - volgens mij toen Nico van Willigen - is toch maar even geïnformeerd over de vertraging van de koffie, maar voor zover ik me herinner heeft hij er breed om gegrijnsd....
Moraal van dit verhaal: zelfs onder ideale omstandigheden kan je enorm op je bek gaan.

René
Ik leit m'n tong hier altoid foin ofskrape

Gebruikersavatar
Theo Horsten (R.I.P.)
Berichten: 7820
Lid geworden op: 21 jul 2004 22:57
Locatie: N.Griekenland
Contacteer:

Re: Naar zee...

Bericht door Theo Horsten (R.I.P.) » 09 mei 2014 14:29

-------------------------------------------------------------- Afbeelding
----------------------------------------------------------------------------Prince of Wales Theater, Coventry Street, Londen

-------------------------------------------------------------------------------------------Naar zee... (6)
--------------------------------------------------------------------------------------------------1952

Dat neef Jaap twee maanden ontzegging van de vaarbevoegdheid als kapitein kreeg, had hij volledig aan zichzelf te wijten. Hij had alles mee om er met een lichte of zelfs helemaal zonder straf vanaf te komen. Een van de toegevoegde leden van de Raad was een oude vriend van wijlen zijn vader, Jan Kreumer, wat in een dergelijk geval natuurlijk nooit kwaad kan. Die had hem tevoren, afgaande op de scheepsverklaring en het verslag van het voorlopig onderzoek van de Scheepvaartinspectie, al stiekem laten weten dat hij wel schuldig zou worden bevonden, maar er met een berisping af zou komen. Nu was Jaap weliswaar een prima kerel, maar geen gemakkelijke en als zijn pet een tikje verkeerd stond, kon hij soms aardig bokkig doen. Dat deed hij die morgen voor de Raad ook en toen er even geschorst werd, liet die oude vriend hem – opnieuw heel stiekem, want dat mocht natuurlijk niet – weten dat hij niet zo raar moest doen omdat de mannen achter de groene tafel dat helemaal niet leuk vonden en dat hij, in plaats van op een berisping, nu maar op veertien dagen ontzegging moest rekenen. Vervelend en een smet op je schippersblazoen, maar als kapitein-eigenaar ook weer niet zo erg en we lagen toch nog weken bij de werf.

Hoe zat het eigenlijk en wat had de Raad op hem en zijn navigatie aan te merken? Dat is snel verteld. Halen we even de kaart van het gebied terug, maar deze keer met wat meer aantekeningen…

---------------Afbeelding

… en ook even een “Hoe zat het ook alweer?” Om tien voor zes die avond hadden we de loods afgezet bij Isokari. Vervolgens moesten we in een koers N.W, t. W. ½ W dat is 298°, in de witte sector van het vuurtje vam Medelklubben naar buiten lopen tot we vrij van alle gevaren zouden zijn en een noordelijke koers zouden kunnen gaan sturen richting Kristinestad. Dat wist ik als lichtmatroos uiteraard allemaal niet. Ik wist wél dat dat vuurtje achteruit wit moest blijven, maar wat voor gevaren er verderop lagen, waar die lagen en hoe ver weg die lagen, wist ik niet. Dat heb ik later moeten horen, maar door mijn eigen waarnemingen die avond en aan de hand van de kaarten en het verslag van de Raad heb ik naderhand voor mezelf heel goed kunnen reconstrueren wat er gebeurd moest zijn. Hij zou van plan zijn geweest om vanaf de plaats waar we de loods hadden afgezet, 10 mijl in die koers 298° naar buiten te lopen om vervolgens Noord te gaan sturen. Maar waarom juist 10 mijl? Dan zouden we die gemene hoop stenen daar aan bakboord vooruit weliswaar gepasseerd zijn, maar waarom daar zo krap langs gevaren terwijl hij al na 5 mijl en zeker na 8 mijl alle ruimte had om noordelijker en daarmee goed vrij van die stenen te gaan sturen. Het kaartje hierboven verduidelijkt een en ander. Nu eerst het oordeel van de inspecteur en de uitspraak van de Raad. Daarna mijn eigen conclusie.

De inspecteur J. Metz was geen gemakkelijke man. Het was iemand die fel kon uithalen naar een kapitein die er naar zijn mening een potje van had gemaakt. Dat heb ik jaren later een keer vanaf de publieke tribune mogen meemaken. De inspecteur bemoeit zich tijdens het eerste deel van zo'n zitting niet direct met de behandeling van de zaak en komt pas later aan het woord. Bij die gelegenheid waarbij ik alleen maar als belangstellende aanwezig was, stond een kapitein zich een beetje zeurderig te verdedigen, bezig zijn straatje schoon te vegen en zijn kloten te klaren ten koste van anderen. De voorzitter en de leden van de Raad luisterden met gepaste aandacht, maar de inspecteur Metz zat, helemaal rechts en wat terzijde van de anderen, verborgen achter een krant, ik meen het "Dagblad Scheepvaart". Die kapitein stond nog steeds te draaien en te wriemelen toen Metz die krant met een hoop geritsel liet zakken en zei: "Kapitein, het was bij u aan boord gewoon een zootje!" Waarna hij weer achter de krant verdween. Zo iemand was dat, al kom je dat dan in die verslagen van de raad die in de Staatscourant worden gepubliceerd, niet tegen. Maar die zei in deze zaak...

-------------------------Afbeelding

Dat zou dus zijn afgelopen zoals voorspeld, maar ook toen schijnt neef Jaap een bek te hebben getrokken zoals ook ik die maar al te goed van hem kende en die op zich al goed was voor een maand ontzegging. Het verhaal ging altijd dat hij, toen de voorzitter zei: “Ziet u uw fouten in, kapitein?” alleen maar “Nee!” zou hebben gezegd, niet eens: “Nee, meneer,” maar daar geloof ik geen barst van. Als dat zo zijn geweest, zou dat zonder enige twijfel in het verslag zijn opgenomen en zou hij minstens drie, misschien wel vier maanden hebben gekregen. Hoe het ook zij, die gemelijke bek van hem moet voldoende zijn geweest voor dit oordeel…

-------------------------Afbeelding

Zelf denk ik dat hij vast wel van plan is geweest om na 7 of 8 mijl in die witte secor te hebben gevaren een meer noordelijke koers te gaan sturen, weg van het gevaar, maar dat hij daar uit dat open raam van het stuurhuis geleund zoetjes in slaap is gesukkeld en pas wakker schrok toen hij de branding vooruit hoorde of misschien gewaarschuwd werd door dat zesde zintuig dat je allemaal ontwikkelde als je maar lang genoeg onder die omstandigheden met primitieve middelen moest varen. Dat verklaart namelijk ook het gegeven dat hij “Hard bakboord!” riep toen hij de branding hoorde en zag. Als hij wakker en goed bij de les was geweest, had hij geweten dat het gevaar aan bakboord dreigde en dat hij aan stuurboord al een mooi poosje vrij water had. In zijn scheepsverklaring en later in zijn verklaring tegenover de Scheepvaartinspectie staat dan wel dat hij hard stuurboord liet geven, maar dat is niet waar. Hij besloot om het af te liegen, maar kreeg desondanks twee maanden ontzegging. Zelf zou ik voor eerlijkheid hebben gekozen en gewoon precies hebben verteld wat er gebeurd was, óók als ik in slaap zou zijn gesukkeld. Dat mag natuurlijk niet gebeuren, maar het is wel menselijk. Nu maakte neef Jaap zich afhankelijk van anderen en liep de kans dat er ooit nog iemand naar voren zou komen die de ware toedracht zou hebben verteld. Dat zou ik nooit hebben gewild. Er zit nog een discrepantie in dat verslag van de Raad, maar daar wil ik niet verder op ingaan. Wie dat wil, kan het vinden. Het is allemaal lang geleden en lang verjaard. Jaap overleed in december 1992 en zit sindsdien ergens met mijn vader zware sjekkies te roken en te praten over vroeger, toen ze samen in New York zaten. “Lekker langzaam lullen,” noemde Jaap dat. Daar hebben ze nu alle tijd voor.

Anyway: Jaap had twee maanden ontzegging, tot zeg maar de tweede week maart 1952. Op 7 februari moesten we varen en dus kwam er een andere kapitein aan boord. Daar zal Wagenborg wel voor gezorgd hebben, neem ik aan. Die kapitein was een zekere Stobbe en dat is in scheepvaartkringen sinds honderden jaren een welbekende naam. Welke Stobbe dit precies was, weet ik helaas niet, maar het was een indrukwekkende man. Niet groot, wel stevig gebouwd en met een gezicht waar een lang en boeiend zeevaartverleden op af te lezen viel. Ik heb even geaarzeld in welke volgorde ik dit zou vertellen, maar het lijkt me het beste om, voordat ik verderga met te vertellen wie en wat kapitein Stobbe was en vooral hoe hij eruitzag, meteen maar te zeggen wat van meet af aan het probleem was. Stobbe was geen probleem, maar neef Jaap had een probleem. Die zal waarschijnlijk hebben gedacht en geredeneerd: we nemen even een kapitein aan voor zes weken en die gaat dan lekker in een hoekje op de bank zitten met een bak koffie en een sigaar en op tijd een borreltje terwijl ik zelf gewoon verder ga met kapiteintje spelen en praatjes maken. Maar die vlieger ging mooi niet op. Stobbe was de kapitein en had als zodanig de verantwoording en die nam hij ook. Hij was de kapitein en neef Jaap mocht wat hem betrof blazend als een kwaaie aap op de zaling gaan zitten mokken, maar zo was het en zo bleef het zolang hij aan boord was. De gewone dagelijkse gang van zaken aan boord mocht Jaap wat hem betrof blijven regelen, maar navigatie, belading en veiligheid waren zijn zaken en of neef Jaap dat goed begrepen had. Dat knalde zo nu en dan en dat lag dan aan neef Jaap, want zelfs ik als zeeman van zeventien jaar met acht maanden ervaring, had toen al in de gaten dat het zo hoorde. Dat neef Jaap ongelijk had en dat er meer één kapitein was en dat was Stobbe omdat het anders een zootje zou worden. De keren dat het knalde, zijn verder niet zo interessant. Ik wil alleen nog melden dat dat ook weer eens in het stuurhuis gebeurde terwijl Rieks Oosterveld boven was en ik ook. Rieks stond aan het wiel en schreeuwde: “Zeg, hé! Als jullie klaar zijn, roep je me maar, maar ik ben weg!” waarop hij mij aan het wiel zette en wegliep. Gelijk had hij. Hij riep dat wel in het Gronings, maar dat kan ik nu niet vertalen.

Wie was kapitein Stobbe en wat waren zijn achtergronden?
Als ik me hem weer voor de geest haal, moet hij toen tegen de zestig zijn geweest, maar wie weet was hij die ook al gepasseerd. Hij was in elk geval stukken ouder dan neef Jaap. Hoe hij was begonnen en wat hij voor de oorlog allemaal had gesjouwd, weet ik evenmin. Ik weet wel dat hij tijdens de oorlog op een sleepboot had gevaren, op een Amerikaanse V4-M-A1 sleepboot, het type dat de Amerikanen gebaseerd hadden op de sleepboot Zwarte Zee, kleiner en met belangrijk minder vermogen, maar toch flinke boten waarvan er 49 werden gebouwd. Daarmee had hij op de Western Approaches datgene gedaan wat Jan de Hartog in zijn verfilmde roman Stella beschrijft: proberen aangeschoten en vaak brandende, of anderszins in problemen geraakte schepen van een konvooi te bergen en veilig binnen te brengen. Datzelfde werk had hij ook op de Amerikaanse Oostkust en bij IJsland gedaan. Vandaar dat ik zei dat kapitein Stobbe niet de eerste de beste was en het lag dus voor de hand dat hij zich niet zomaar door neef Jaap de wet liet voorschrijven. Hij was heel duidelijk de gezagvoerder van ons potje.

--------------Afbeelding Afbeelding Afbeelding

In 1952 kende ik Stella nog niet, maar toen ik dat later las, moest ik direct aan Stobbe denken. En dat was nog niet alles. Later ontdekte ik dat kapitein Stobbe zo uit een ander prachtig boek weggelopen kon zijn. Wat was namelijk het geval. Het was winter en in dat onverwarmde stuurhuisje was het altijd koud. Een slingerruit hadden we niet en dus stond het raam aan stuurboord altijd open omdat dat de plaats was waar de kapitein of de stuurman van de wacht stond. Stobbe droeg op wacht altijd een oude, niet zo schone regenjas, zo'n "trenchcoat" van onbestemde kleur met daarbij een al even oude slappe vilthoed die mijn moeder als een "vuilnismannenhoed" zou hebben omschreven. Waarom ze dat zo noemde is een ander verhaal dat te maken had met de oude Stetson die mijn vader jarenlang droeg, maar dit terzijde. In plaats van een dikke wollen sjaal had Stobbe, als hij voor dat open raam stond, onveranderlijk een handdoek om zijn hals geknoopt waarmee hij als het regende of buisde, regelmatig zijn gezicht afveegde.
In 1954, toen ik in Delfzijl op school zat, kocht ik het prachtige boek van de Franse schrijver Roger Vercel, Sleepboot de Cyclone. Wie het niet kent, moet het voor een paar euro toch eens kopen. Het verscheen in 1935 onder de titel Remorques en werd in 1941 onder diezelfde titel verfilmd met Jean Gabin in de hoofdrol. De film is in zijn geheel op You Tube te zien, maar is nog geen schim van het boek. Het verhaal is zelfs volledig verziekt en daarom prefereer ik het boek. Het gaat over een Franse sleepboot onder een zekere kapitein Renaud die tijdens stormweer vanuit Brest naar buiten gaat om een Grieks schip dat roerschade heeft, te helpen. En wat kom ik daar na tien bladzijden tegen...

--------------------------------------------Afbeelding

Daar stond kapitein Stobbe, ten voeten uit, met diezelfde hoed op en een handdoek om zijn hals. Misschien had hij dat boek van Vercel voor de oorlog al gelezen en gedacht: Verrek, dat is een goed idee. Dat is zeer wel mogelijk. Maar zo'n figuur was Stobbe. In die weken dat hij bij ons voer, heb ik hem goed geobserveerd en wat dingen gehoord en gezien die ik nooit vergeten ben. Kleinigheden die je van pas komen bij de navigatie op een klein scheepje met beperkte middelen en onder moeilijke omstandigheden.

We voeren met onze smerig ruikende lading ouwe haring naar Warnemünde waar Stobbe het aan de stok kreeg met de politie of de douane of weet ik veel welke ambtenaren van het gezelschap dat ons inklaarde. Stobbe weigerde koppig om de automatische Colt .45 van het aloude type M1911 die hij altijd in de kontzak droeg achter zegel te laten sluiten. Hij had dat ding de hele oorlog in zijn kontzak gehad en hij had er een volledige vergunning voor en daarom was hij niet van plan om hem nu af te geven en al helemaal niet aan een rotmof met een grote bek, het soort waar hij vijf jaar tegen geknokt had. Dat zei hij gelukkig allemaal niet, maar hij hield voet bij stuk. Het werd nog een heel gedoe, maar Stobbe gaf niet toe en moet toch wel indruk hebben gemaakt, want het eind van het liedje was dat hij hem mooi mocht houden. Ook dat was een bewijs dat Stobbe niet de eerste de beste was en zeker niet over zich liet lopen. Niet door een stelletje moffen en ook niet door Jaap Kreumer. Later kwam er een officier van een Russisch oorlogsscheepje aan boord die een bod wilde doen op Stobbes Colt, maar ook die maakte geen kans.

We deden wat je met zo’n klein bootje in de winter doet. We voeren van hot naar her over de Noordzee, door de Belten de de Zuidelijke Oostzee. Hout varen was er nog niet bij, want in de Finse- en Bothnische Golf was het een en al ijs. We voeren van Warnemünde naar Tønsberg, naar Herøya, Kopenhagen en Stettin. Van Stettin ging het naar Londen en vandaar zouden we naar Rotterdam gaan. Op 7 maart 1952 arriveerden we in Londen. Dat was op een vrijdag. Denk niet dat ik dat allemaal na al die jaren nog altijd zomaar uit het blote hoofd weet. Naar aanleiding van deze stukkies over mijn eerste jaren in de zeevaart, heb ik aan de hand van de kranten uit die tijd alle reizen van de Jan Kreumer teruggezocht. Dat kan tegenwoordig allemaal en ik kan het iedereen aanraden. Niet te geloven wat een herinneringen dat nog steeds oproept, wat er opeens weer bovenkomt bij een bepaalde haven of de volgorde van havens. Dan weet je opeens weer wat de ladingen waren en herinner je je kleinigheden van plaatsen en mensen.
Anyway: we lagen het hele weekend in Londen en zouden naar verwachting op dinsdag weer vertrekken naar Rotterdam. Als we daar aankwamen zou het 12 maart zijn en zou neef Jaap zijn straftijd erop zitten en kapitein Stobbe bedankt worden voor bewezen diensten.

-------------------------------------------------------------- Afbeelding
--------------------------------------------------------------------------Foyles Bookshop, Charing Cross Road, Londen

Ik heb Londen altijd bijzonder gevonden, ook toen al, in die eerste jaren. Dat kwam mede door wat mijn vader me lang daarvoor allemaal over Londen had verteld. Die had daar tijdens de oorlog nogal wat tijd doorgebracht en was er goed bekend. Toen ik ging varen en zo nu en dan in Londen kwam, zei hij waar ik vooral eens moest gaan kijken of moest gaan doen. Zo wist ik jaren voordat ik zelf voor het eerst in Londen kwam al van het bestaan van Foyles, de grootste boekwinkel ter wereld, zoals die een lange reeks van jaren in het Guinness Book of Records heeft gestaan. Ik weet niet meer of die zaterdag in maart 1952 de eerste keer was dat ik by Foyles kwam, maar later, in de tijd dat ik beter bekend was in Londen dan in Amsterdam, kwam ik er vaak. We lagen in Poplar Dock, in het East End, een kleurrijke buurt waar ik menig voetstapje heb liggen en waar voor jongens van de vaart op zaterdag genoeg te doen was, maar ik nam bij neef Jaap een paar centen op en ging op pad naar het centrum. Het pond kostte toen ruim een tientje, dus meer dan vijf pond zal ik vast niet in de zak hebben gehad, maar voor 2'6 kon je al heel wat kopen en mijn verlangens lagen niet hoog. Ik wilde alleen maar kijken en luisteren en ruiken, Londen proeven, zeg maar. Erg bekend met de Londense Underground zal ik toen nog niet zijn geweest, maar dat wees zich vanzelf. Als je buiten Poplar Dock het eerste de beste station binnenging, vond je daar de Piccadilly Line, dus dat was voldoende aanwijzing en als je die nam, stond je voor een paar centen na ruim een halfuur inderdaad op Piccadilly Circus.
Ik ben die middag bij Foyles geweest, heb ergens een hamburger gegeten en twee grote glazen ijskoude melk gedronken - iets wat ik lang niet had geproefd - en ben naar de bioscoop gegaan. Op Leicester Square, een van de grote theaters waar films in première gaan en beroemdheden over rode lopers naar binnen schrijden. Dat moet minstens vier keer zo duur zijn geweest als ik voor dezelfde film in het East End zou hebben betaald, maar dat moest je voor de ervaring over hebben. In Engeland mocht je in elke bioscoop naar hartenlust roken, ik dronk een bekertje Kia-Ora orange crush en at crisps en had al met al een heel geslaagde middag en avond. Na de bioscoop was er ook in het West End geen gewone pub meer open. In Soho was natuurlijk genoeg te doen, maar dat ging mijn financiële middelen ver te boven en daarom wandelde ik van Leicester Square door Coventry Street terug naar Piccadilly Circus om vandaar met de Underground terug te gaan naar Poplar.
Londen is een zeer grote stad met miljoenen mensen, dus hoe groot is de kans dat je daar een bekende tegen het lijf loopt? Zelfs in het West End, in het vierkant Piccadilly Circus, Leicester- en Trafalgar Square en Regent Street is die kans eigenlijk te verwaarlozen. Maar wie kwam ik daar tegen in Coventry Street, vlakbij het Prince of Wales Theater? Kapitein Stobbe. Met zijn oude hoed op en in zijn trenchcoat, maar wel met een keurig kostuum eronder en zonder handdoek om zijn nek, maar een nette stropdas. Aan zijn arm hing een dame die ik niet ga beschrijven, maar die ik later herkende uit het werk van Jan Sanders. Ze leken veel plezier te hebben en waren waarschijnlijk op weg van het ene vermaak naar het volgende. Stobbe keek mij aan en ik keek hem aan en geen van beiden lachten we of zeiden iets of gaven ook maar enige blijk van herkenning. We passeerden elkaar zwijgend en liepen door, ieder op weg naar zijn eigen bestemming.

Op dinsdag ging Stobbe in Rotterdam van boord en ik heb hem nooit meer gezien of iets van hem gehoord. Maar dat beeld van hem met die dame daar in Londen is me altijd bijgebleven. Het is vreemd, maar op de een of andere manier paste ook dit bij Stobbe met zijn hoed en zijn regenjas en zijn handdoek en Colt .45
Jaap was weer gewoon de kapitein alsof er niets was gebeurd en we voeren dat het een lieve lust was. Veel heen en weer naar Boston, maar ook vaak naar Londen. Het voorjaar kwam en het varen werd opnieuw een grote vakantie. Hard werken was het nog steeds, want onder de bezielende leiding en zo nu en dan een kleun of een schop van Rieks Oosterveld, veranderde ons bootje in een jacht. Als je na een korte terechtwijzing van Rieks je blauwe plekken stond te wrijven, zei hij: “Je bent wel een aardige jongen, maar jullie zijn te speels. Het is nu even hard werken, maar als we straks klaar zijn, zijn jullie halve dagen vrij.”
Op een prachtige zonnige en zelfs warme voorjaarsdag lagen we in Aalborg en toen we om één uur, na het eten, aan Rieks vroegen wat we moesten gaan doen, zei hij: “Niks. Nok maar af. Ga maar zwemmen.”
Toen Jaap na zijn siësta aan dek kwam en daar alleen Rieks aantrof die nog ergens een lijntje afzette of een plekje in de lak bijwerkte, vroeg hij waar wij waren en wat we aan het doen waren.
“Weet ik niet,” zei Rieks. “Ze zijn vrij.”
Waarom we dan vrij waren, wilde Jaap weten. "Omdat ik het zeg," zei Rieks.
Jaap zijn pet stond op dat momen een tikkie scheef en dat liep uit op een knallende ruzie tot Rieks riep: “Ach, val om mie ook hartstikke dood, kerel. In Holland ben ik weg.”
Zo kregen we een nieuwe stuurman, een zekere Pronk. Prima vent. Die bofte maar dat hij aan het begin van de zomer op een schip stapte dat echt op een jacht leek, zo mooi en zo goed zat ze in de verf.
De zomer kwam en mijn ouders gingen opnieuw een reis mee, waarmee ik na zes afleveringen dan eindelijk op het punt ben gekomen waar ik eigenlijk had willen beginnen.
Ach, zo gaat dat soms. Volgende keer verder.

-------------------------------------------------------------------------- Afbeelding
--------------------------------------------------------------------------Tekening Jan Sanders
Tekst © 2014 Theo Horsten

Notice: I am doing my utmost to respect and deal with the copyrights of third parties.
Anyone who feels that his or her rights in connection with the images placed in this topic
have been violated or wronged, is invited to contact the webmaster and indicate the
relevant objections so that appropriate action can and may be taken.
Laatst gewijzigd door Theo Horsten (R.I.P.) op 10 mei 2014 07:10, 1 keer totaal gewijzigd.
Omnia transit sed navigare necesse est

Gebruikersavatar
Harry G. Hogeboom
Berichten: 11709
Lid geworden op: 22 jul 2004 02:07
Locatie: Canada

Re: Naar zee...

Bericht door Harry G. Hogeboom » 09 mei 2014 16:25

maar een nette stropdas. Aan zijn arm hing een dame die ik niet ga beschrijven,
Heel fraai schipper..........ik vraag me af of tie die Colt ook in z'n kontzak had! :lol:
MVG HGH.
"Don't sweat the small stuff"

Gebruikersavatar
jdbvos
Berichten: 6590
Lid geworden op: 22 apr 2006 16:17
Locatie: Groningen

Re: Naar zee...

Bericht door jdbvos » 09 mei 2014 22:48

Harry !
Dat ik jou nou aan een 'All American expression' moet herinneren:
"...Is that a gun in y're pocket or are ya happy to see me...?"
Foei ! :mrgreen:
Greetz!
Jan DB Vos

Gebruikersavatar
Jos Komen (R.I.P)
Berichten: 32270
Lid geworden op: 21 jul 2004 19:44
Locatie: Heiloo
Contacteer:

Re: Naar zee...

Bericht door Jos Komen (R.I.P) » 09 mei 2014 23:36

Aan zijn arm hing een dame die ik niet ga beschrijven,
De tekening van Jan Sanders zegt meer dan woorden. :)
Maar ik heb weer zitten genieten van je prachtige verhaal, Theo.
Hij die nooit gevaren heeft
Weet niet hoe een zeeman leeft.


http://www.scheepspraat.nl/

Gebruikersavatar
Harry G. Hogeboom
Berichten: 11709
Lid geworden op: 22 jul 2004 02:07
Locatie: Canada

Re: Naar zee...

Bericht door Harry G. Hogeboom » 10 mei 2014 01:29

Harry ! Dat ik jou nou aan een
Jan.........ik deed m'n uiterste best om het netjes te houden en nou gooi jij een steen in de vijver EN een roeiboot los :mrgreen:
MVG HGH.
"Don't sweat the small stuff"

TonyfH
Berichten: 199
Lid geworden op: 20 sep 2012 21:10
Locatie: Rosmalen

Re: Naar zee...

Bericht door TonyfH » 10 mei 2014 10:02

Prachtig verhaal Theo, ik lees je bijdragen steeds met veel plezier en steek er nog regelmatig wat van op.

Ik hoop dat wij nog lang van jouw schrijfkunsten en verhalen mogen genieten.

Teun.

Gebruikersavatar
Theo Horsten (R.I.P.)
Berichten: 7820
Lid geworden op: 21 jul 2004 22:57
Locatie: N.Griekenland
Contacteer:

Re: Naar zee...

Bericht door Theo Horsten (R.I.P.) » 10 mei 2014 11:06

Dank je, Tony, dat doet me genoegen. Alle andere reageerders eveneens bedankt!
Ik hoop zelf ook nog lang door te mogen gaan, want ik vind het leuk werk.
Het is wel véél werk, net zoveel als wanneer je er een boekje van zou maken. Alleen: waarom zou ik dat doen? Dat is niet alleen minstens zoveel werk, maar bovendien ook nog eens een hoop gedoe en kosten terwijl er geen droog brood aan te verdienen valt. Nou hoeft dat van mij ook niet zo nodig, daar ben ik langzamerhand wel van teruggekomen. Je schrijft vaak, zo niet altijd, in de eerste plaats voor jezelf, gewoon omdat het een plezierige, creatieve bezigheid is om je gedachten en herinneringen zo goed mogelijk onder woorden te brengen, proberen om met woorden beelden te schetsen. Dat neemt niet weg dat je wel graag lezers hebt. Niet omdat die dan allemaal :"Oh wat leuk en wat mooi!" moeten roepen, maar gewoon om anderen een plezier te doen, een paar aangename ogenblikken te bezorgen.
Die lezers hoop ik hier te vinden en dan niet alleen onder de geregistreerde leden, maar ook onder de vele anonieme bezoekers die er toch altijd zijn. Zo nu en dan hoor ik daar via omwegen wel eens iets van en dan blijkt toch dat hier veel gelezen wordt.

Eigenlijk zou ik alle tijd die ik in deze stukkies stop hier aan moeten besteden...

------------------------------------------------Afbeelding
---------------------------------------------------Foto Bob Heikoop

Ik ben me ervan bewust dat er een aantal mensen teleurgesteld zijn dat dit zo lang op zich laat wachten, waaronder de maker van die prachtige foto waarvan je hier maar de helft ziet. De andere helft zit op de achterkant van het omslag. Na deze serie "Naar zee..." - nog drie afleveringen schat ik - zal ik er echt weer eens voor gaan zitten. Ik ben een mooi eind op dreef en ik heb zelfs al een dummy gemaakt, maar ja...
Dat wordt dus wél een boek(je). Toch maar. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan en het is toch telkens weer leuk om iets tastbaars in handen te hebben, gewoon van papier en zo. :-D
Maar ik wil het daarnaast toch ook als e-book(je) uitbrengen.
Geloof het of niet, maar ik heb écht geen tijd om dood te gaan. :roll:
Omnia transit sed navigare necesse est

Gebruikersavatar
jdbvos
Berichten: 6590
Lid geworden op: 22 apr 2006 16:17
Locatie: Groningen

Re: Naar zee...

Bericht door jdbvos » 10 mei 2014 11:23

"A man with a mission..."

Gewoon doorgaan, Theo ! Het houdt jou -en ons- van de straat !
En die E-boekies: goed idee !
Greetz!
Jan DB Vos

v+d
Berichten: 5365
Lid geworden op: 20 jun 2011 19:56

Re: Naar zee...

Bericht door v+d » 10 mei 2014 12:02

Ahoy Theo, géén tijd om dood te gaan :-D Ik vrees dat dat nu juist de enige afspraak is waar we op moeten komen draven :roll:
Tot die tijd vermaken we ons prima, ga zo door :!:

Gebruikersavatar
Theo Horsten (R.I.P.)
Berichten: 7820
Lid geworden op: 21 jul 2004 22:57
Locatie: N.Griekenland
Contacteer:

Re: Naar zee...

Bericht door Theo Horsten (R.I.P.) » 10 mei 2014 13:52

Ik vrees dat dat nu juist de enige afspraak is waar we op moeten komen draven
"Dat moet eerst nog maar eens bewezen worden," zei Harry Mulisch. :-D
Omnia transit sed navigare necesse est

Gebruikersavatar
Harry G. Hogeboom
Berichten: 11709
Lid geworden op: 22 jul 2004 02:07
Locatie: Canada

Re: Naar zee...

Bericht door Harry G. Hogeboom » 10 mei 2014 15:44

"Dat moet eerst nog maar eens bewezen worden," zei Harry Mulisch.
Veeel over dat soort uitzonderingen gehoord, nog nooooit eentje tegengekomen :lol:
MVG HGH.
"Don't sweat the small stuff"

Gebruikersavatar
Theo Horsten (R.I.P.)
Berichten: 7820
Lid geworden op: 21 jul 2004 22:57
Locatie: N.Griekenland
Contacteer:

Re: Naar zee...

Bericht door Theo Horsten (R.I.P.) » 15 mei 2014 11:32

----------------------------------------------------------------------------------------Naar zee... (7)

--------------------------------------------------------------------Afbeelding
------------------------------------------------------------------------------Tjitske Johanna Kreumer (1892-1955)
-----------------------------------------------------------------------------------------Zomer 1952

Het heeft even geduurd, maar hier is ze dan toch eindelijk: mijn tante op haar eigen potje. Aan het keukengereedschap in haar handen valt af te leiden dat ze even pauzeerde van het visbakken. Dat was in de zomer van 1952, drie jaar voor haar te vroege overlijden en, voor zover ik weet, de eerste keer dat ze een reis meeging. Ze moet toch wel trots zijn geweest op haar scheepje, want zo voelde ze dat waarschijnlijk; de droom van vroeger alsnog vervuld, al had Jan Kreumer dat dan ook niet meer mee mogen maken. Want het was “haar” schip. Jaap was dan wel kapitein en op papier ook de eigenaar en ook op hem zal ze best trots zijn geweest, maar desondanks hield Tjitske de regie strak in handen en aarzelde niet om zoonlief zo nu en dan stevig de les te lezen. Gewoon zoals een eigenaar dat in voorkomende gevallen met iedere willekeurig zetkapitein zou doen. Zo herinner ik me die dag dat we ’s morgens vroeg in de Waalhaven aankwamen, bij Frans Swartouw. We kwamen uit Engeland en of we daar nu kwamen laden of lossen, dat weet ik niet meer, maar ik weet nog wel dat het ’s morgens om een uur of negen was en stralend mooi weer en dat we aan dek bezig waren toen er een taxi stopte waar tante Tjits uitstapte. We hielpen haar aan boord en ze verdween in de salon om kort daarna weer naar buiten te komen. Ze wilde direct weer aan de wal, dus wij hielpen haar opnieuw om veilig op de kade te komen waar de taxi nog stond te wachten. Jaap kwam aan dek en riep: “Hè, moeder, wacht nou toch even!” Maar ze keek niet eens om en reed weg.
Jaren later hoorde ik via via wat er was gebeurd. Jaap had ’s morgens om negen uur al naar de drank geroken en daarom had ze hem op staande voet de zak gegeven. Ze was aan de wal gegaan, had Wagenborg in Delfzijl gebeld, haar oude vriend Lou Vuursteen persoonlijk, en had gezegd: “Lou, ik moet direct een andere kapitein hebben, want deze zuipt!”
Dat werd nog een hele rel, maar Lou Vuursteen suste de zaak, wat lang niet meeviel, want Tjitske was ook geen makkelijke. Maar het liep met een sisser af en Jaap mocht blijven. Wel werd haar uitroep: “Dat gezoep ook altied!” een gevleugelde uitdrukking in onze familie. Mijn zuster spreekt accentloos Gronings en die kon die kreet van tante Tjits ruim dertig jaar later nog precies nadoen. Als die in de namiddag in de keuken bezig was - mijn zuster, bedoel ik - dan had ze steevast een glaasje sherry bij de hand staan en als ik er dan toevallig ook was en mee zou eten, dronk ik een koud borreltje en keuvelden wij samen wat. Als er dan iets misging of ze stootte iets om of zo, dan riep ze, met de stem van tante Tjits: "Dat gezoep ook altied!" Maar ik dwaal af.
Nou viel dat gezoep bij Jaap best mee hoor en dat hij die dag al vroeg naar de drank stonk, was ook goed te verklaren. We kwamen van Engeland, naar ik meen van Great Yarmouth, maar het kan ook Boston zijn geweest en het was in het voorjaar en we hadden de hele oversteek in de mist gevaren. Pas vlak voor de Hoek klaarde het wat op en zonder problemen konden we een loods overnemen. Maar daardoor had hij zo lang op zijn platvoeten gestaan dat het voor hem avond was en daarom had hij, nadat we veilig gemeerd lagen, samen met de loods een neutje genomen en was eindelijk een uurtje gaan liggen. Die was dus meer slaapdronken dan drankdronken toen Tjitske hem porde, maar hij kreeg niet eens de tijd om dat uit te leggen. Maar ik loop op de zaken vooruit.

-------------Afbeelding---Afbeelding

Die vis die tante Tjits aan het bakken was, hadden we tussen Skagen en Vinga overgenomen van een Deense visserman. Op de kont gezien met witte pet: stuurman Pronk. Voor hem, aan de andere kant van de kist met vis, Jaap Kreumer. Links, op de rug gezien met opgerolde mouwen: mijn vader. Naast hem met het eeuwige peukje onder zijn snor: de kok. In het gangboord de lichtmatroos uit Zeeland waarvan ik niet meer op de naam kan komen. Dat was op woensdag 24 juli 1952, 's avonds om halfzeven. Ook dit schud ik na al die jaren niet zomaar uit de mouw; dat haal ik uit het journaal dat mijn vader van die reis bijhield, deze keer niet op losse vellen zoals het jaar daarvoor, maar in een keurig boekje waarvan hierboven een pagina. We kwamen van Goole en waren met een lading kolen onderweg naar Lidköping op het Vänermeer.
Mijn ouders waren op woensdag 16 juli in Delfzijl aan boord gekomen en ook nu vind ik in dat boekje weer precies hoe laat ze van huis gingen – met de trein van 9.19 uur van Eindhoven – en wat dat allemaal kostte. Zo ging hij in Delfzijl voor drie kwartjes naar de kapper en kreeg ik twee gulden van hem. Het is allemaal in de boekhouding te vinden. Ze waren precies drie weken aan boord en deze hele vakantie kostte hem 210 gulden. Dat zou nu 745 euro zijn geweest.

-------------Afbeelding--Afbeelding--Afbeelding

De meest linkse foto hierboven is in Goole genomen. Daar waren we op zatermiddag 19 juli binnnengekomen met 290 ton aardappelmeel van Delfzijl. Die foto moet op maandagmorgen genomen zijn, want ik - links, tegen de railing - ben aan het werk. Tante Tjits is nog voor een deel zichtbaar, zittend op de bolder en mijn moeder in de deur van de kombuis. De kok schilt aardappels, geholpen door een zwager van Jaap, de jongste broer van zijn vrouw, die ook als passagier meeging. Die sliep bij ons in de driepersoons matrozenhut, in de kooi die een jaar eerder speciaal voor mij was bijgebouwd, een taps toelopende doodskist van ruwe planken, zo uit de lading. Hij was hartstikke zeeziek en daar hebben wij, aardige jongens als we waren, hem verschrikkelijk mee gepest.
In het midden een stukje van mijn vaders boekhouding. Wie schrijft die blijft. In Goole gaf hij 6 shilling uit aan aspirine en lavendelwater. Rechts mijn vader zelf. Ook hij had de eerste dagen last van zeeziekte. Hij was daar trouwens in al die jaren dat hij voer nooit helemaal overheen gekomen, dus toen we na vertrek van Delfzijl naar Goole slecht weer kregen, was het gelijk weer raak, maar na een dag was het over..

-------------Afbeelding---Afbeelding

We lagen alleen die maandag maar in Goole, waren 's middags om halfvier leeg, begonnen om halfzeven kolen te laden, waren om kwart over acht beladen met 300 ton kolen en gingen een halfuur later de sluis alweer uit en de River Ouse af. Ook toen was tijd geld en het tij wachtte niet, dus wegwezen en op de rivier zeeklaar maken. Mijn vader liep wacht mee en moest die nacht een uitlaatklep wisselen. Als een van de zeer weinige kleine dieselmotoren uit die tijd had die 4-clinder Deutz van 195 pk zeewatergekoelde uitlaatkleppen wat nog wel eens problemen wilde geven. Ik noemde dat vier jaar geleden hier al eens.

Het is leuk om dat kleine journaal van mijn vader nauwkeurig na te lezen, althans voor mij. Een ander zal het minder zeggen en daarom zal ik er verder alleen nog wat opmerkelijke zaken uit laten zien. Het was de eerste en enige keer dat hij naar de Vänern ging en dus schreef hij precies op hoe dat daar ging met de sluizen. Hij noemt als eerste vanaf Gothenburg de sluis bij Ström. Die naam kwam me wel bekend voor, maar het kost moeite om die plaats op Google Maps te vinden. Ik ken het beter als de sluis van Lilla Edet. Hij tekent aan dat we de sluis om 07.35 uur binnenvoeren en er een kwartier later, om 07.50 uur weer uit, acht meter hoger. Hij had de tijd van stijgen opgenomen: 1 meter per seconde. En hij noemt de waterkrachtcentrale van Lilla Edet…

-------------Afbeelding

Zeker weten dat hij later, thuis, is gaan nazoeken wat dat voor een centrale was, hoeveel power die leverde en wat voor turbines daar instonden en nog steeds staan. In zijn boekje noemt hij het een grote centrale, maar met 40 MW viel dat nogal mee, al weet ik niet wat de normen in 1952 waren. Hij moest dat nazoeken in zijn encyclopedieën in misschien is hij het zelf in de Philips Bibliotheek gaan nakijken, waarbij hij gezien moet hebben dat Lilla Edet in 1925 de eerste centrale was waarin Kaplanturbines werden gebruikt. Voor waterkracht was tot dan toe de Francisturbine algemeen gebruikelijk, maar die was alleen efficiënt bij een valhoogte van minstens tien meter en in Lilla Edet was dat aanvankelijk maar vier meter, later door de bouw van een stuw zes meter. Wie er meer van wil weten, moet hier klikken.
De enorme papierfabriek in Lilla Edet van SCA, de Svensha Cellulose Ahtiebolaget, noemt hij niet. Dat zal komen omdat we toen in Nederland alleen nog maar van dat grauwe toiletpapier gebruiken. Edet kwam pas in 1963.

Ze voeren keurig op de weekends: zaterdag aankomst Goole en nu op vrijdag om kwart voor zeven ’s avonds in Lidköping. Maandag pas lossen, dus dat zal wel stappen zijn geweest, het wilde nachtleven van Lidköping in. Dat was altijd een leuke plaats waar we met enige regelmaat kwamen. Mijn vader merkt in 1952 op dat daar een grote fabriek van gereedschapmachines is, van SKF, de kogellagerfabrikant, een middelgrote rubberfabriek en een grote fabriek van keramische producten. Die fabriek van gereedschapmachines, was LMT, de Lidköping Machine Tools AB, onderdeel van SKF en wereldleider op het gebied van slijpmachines. In 2000 binnen Zweden verkocht aan Karolin Machine Tools die nu verdergaat als KMT Lidköping. Die fabriek van keramische producten was Rörstrand. Ik zag was want die moest in 2009 na 280 jaar(!) de strijd tegen de concurrentie uit Sri Lanka en Hongarije opgeven. Lidköpings Gummifabrik bestaat nog altijd. In zijn journaal lees ik dat ze in de toonzaal van Rörstrand zijn wezen kijken: "Pracht producten, serviesgoed, kunstvoorwerpen, tegels."

Verder valt er over die reis niets bijzonders te vertellen. Het was een reis als alle andere, in de zomer, met mooi weer. Nou ja, mooi... We gingen in Mariestad palen laden voor Zaandam. Mariestad ligt vlak naast Lidköping. Ook dat is een prachtige kleine plaats waar voor de passagiers genoeg te zien was. En tijd hadden ze genoeg, want we lagen daar maandag in de namiddag vast, begonnen op dinsdagmiddag te laden, maar waren pas op zaterdagmorgen, klaar. “Dennenstammen varierend van 10 tot 16 meter lengte ر 40cm” schrijft mijn vader. “Te 11 uur klaar met laden, totaal 372 stammen waarvan ±70 aan dek.”
Om 12.30 uur vertrokken we van Mariestad en lagen exact vierentwintig uur later vast in Gothenburg voor uitklaring. Normaal gesproken zou je dan ook op de terugreis via Skagen gaan, maar vanwewge het weer en de vooruitzichten werd besloten om door het Kielerkanaal te gaan. Hier noemt hij ook de geveegde routes waar Han Vos eerder naar vroeg en die, zoals ik zei, vooral in het Kattegat en de Belten bestonden.


-------------Afbeelding

Op woensdag 6 augustus lagen we ’s middags om kwart over een in het balkengat in Zaandam, tegenover de Ford fabriek en was voor mijn ouwelui de vakantie weer voorbij. Jan Sikkelerus – wie kent hem nog uit de Amsterdamse haven? – loste ons en dat ging met de gebruikelijke snelheid en het bijbehorende geweld. Als Jan de kans kreeg, trok hij bij een schip met een deklast palen met twee laadbomen zoveel stutten in één keer eruit, dat het grootste deel van de deklast overboord donderde. Of dat die keer ook gebeurde, weet ik niet meer, maar we gingen in elk geval de volgende dag alweer naar zee, deze keer naar Antwerpen en van Antwerpen opnieuw naar Lidköping.

Ook die zomer voeren we het water dun. Zo voeren we van Lidköping naar Londen, van Londen naar Antwerpen en daarvandaan naar Alloa. Dat was een haventje dat ik totaal vergeten was tot ik het terugvond in de kranten waarin ik alle reizen uit die tijd kon nagaan: Alloa. En opeens wist ik ook weer wat we daar brachten: zilverzand voor de glasfabriek die daar al sinds de 18de eeuw staat.

Afbeelding--Afbeelding--Afbeelding

Alloa ligt zo'n achttien mijl boven de Forth Bridge. Het was honderden jaren een belangrijke haven, maar vanaf de zestiger jaren van de vorige eeuw kon het de concurrentie met andere havens niet meer aan en zoals veel van de kleine Engelse havens werd ook Alloa in 1970 gesloten. In het midden de oude glasoven uit 1750 en rechts Alloa Glass Works. Het is de oudste glasfabriek ter wereld die nog altijd op dezelfde plaats gevestigd is. Toch vraag je je af hoe dat bedrijf sinds de sluiting van de haven zijn grondstoffen krijgt, want ook al zal er dan minder zilverzand aangevoerd worden dan vroeger en is het meer en meer een kwestie van glas recyclen, ook dat gebruikte glas zal toch aangevoerd moeten worden en hoe kan dat nu makkelijker dan per schip? Alhoewel... een lading gebroken glas is nu ook niet bepaald een genoegen zoals ik uit pijnlijke ervaring weet.

Anyway: ook die zomer verstreek en opnieuw werd het herfst en in Scandinavië vroeg donker en het water van de Ooostzee grauw en koud. We moesten in de tweede week van december nog ver naar “boven”, naar Munksund. Dat is een gat, weinig meer dan een grote zagerij, vlakbij Piteå en dan zit je toch mooi op 65° 19′ Noord oftewel honderd mijl van de poolcirkel. Dat werd een gedenkwaardige reis, in die zin dat we een paar dagen opgegeven waren als vermist. Er werd er een PAN-bericht uitgezonden. “Alle schepen worden verzocht uit te kijken naar…” Wij hoorden dat niet. Ook na die stranding en het moeizaam afschieten van vuurpijlen en bidden dat iemand die opmerkte, had neef Jaap het niet nodig gevonden om een radiotelefonieinstallatie aan boord te nemen. Die had nog steeds geen zin in “al dat geouwehoer van kantoor aan mijn kop.” Dus wij hoorden en wisten van niks. Wij lagen met een leeg schip in de Bothnische Golf dagenlang bijgedraaid in een noorder sneeuwstorm waar geen einde aan kwam. Wel een dag of vier, als ik me goed herinner. Om die tijd van het jaar wordt het op die breedte nog maar nauwelijks licht; de zon komt ’s morgens om tien uur op en gaat ’s middags om één uur alweer onder en in die sneeuwstorm merkte je van die paar uur schemering nauwelijks iets. Met ons was niets aan de hand en zolang we nu maar ruimte hadden, was er geen direct gevaar, maar het was verrekte oncomfortabel en alleen in je nest was het goed toeven. De kombuis was lekker warm en de centrale verwarming – net als de kombuiskachel tijdens die lange reparatie van kolenstook omgebouwd naar olie – werkte eveneens prima, maar het stuurhuis was nog steeds onverwarmd en onder deze omstandigheden een soort grote diepvrieskist, maar dan ingesneeuwd. We namen weinig water over, maar er was genoeg buiswater om het aan dek spekglad te maken en het vergde voorzichtigheid en beleid om met een paar bakken koffie veilig van de kombuis boven te komen. En was je dan heelhuids boven, dan was de koffie koud. Dus steeds een zinken emmer met water achterop het fornuis en daar de koffiepot in als je naar boven ging. Dan had je wel een hand minder om je vast te houden en dus kon het gebeuren dat je voor de deur van het stuurhuis alsnog onderuit ging en emmer en koffiepot over het ijzeren dek kletterden. Ik zei het immers: Vroeger had je lol…

---------------------------------------Afbeelding

We hadden geen idee waar we bleven, dat wil zeggen: neef Jaap en de stuurman niet en ik dus al helemaal niet. Ik wist alleen dat zij niet meer wisten waar we ergens waren. Uitkijk houden was nauwelijks mogelijk, laat staan goede uitkijk en dus konden we alleen maar hopen dat de paar schepen die van boven kwamen en voor het lapje voeren, met de sneeuw in de rug, wél goed uitkeken en misschien zelfs radar hadden. Wij hadden alleen radiopeilingen, maar hoe betrouwbaar waren die met dat gehengst en gedoe? Als roerganger kon je alleen maar scherp naar je zeilstreep turen en uitpraaien wat je voorlag als neef Jaap of de stuurman "Ja!" riep.
Maar elke storm gaat op den duur liggen en gelukkig is daar in de Bothnische Golf de zee dan ook meteen weg. We gingen de wal opzoeken, zoeken naar verkenning en toen er een vuurtje in zicht kwam, ontstond er een discussie welk vuur dat dan wel was, want we hadden werkelijk geen idee waar we met die lege bak allemaal heen waren gewaaid en daarom kon dat vuurtje voor hetzelfde geld een ander vuurtje met hetzelfde karakter zijn, maar veertig mijl zuidelijker. Neef Jaap meende gelijk te hebben en als dat zo was, moest daar ook een loodsstation zijn en dus de aldislamp gepakt en geseind. En ja hoor: hij had gelijk.
Eenmaal in Munksund, was het knalhelder, windstil en zeer koud. Ondanks dat we in ballast waren, zaten we aan dek door het buiswater toch nog dik onder het ijs en het kostte uren om de keggen eruit en de kleden onbeschadigd van de luiken te krijgen. En toen we ze eraf hadden, konden we ze niet oprollen, zo stijf waren ze. Gelukkig zag de factor van de zagerij dat ook en die bood spontaan aan om ze naar de zagerij te laten brengen waar ze eerst konden ontdooien en dan drogen.

In de dagen dat we daar in Munksund lagen te laden, daalde de temperatuur naar -27 graden Celcius en dat is koud. Maar er was geen zuchtje wind meer en dan merk je dat niet. Het laden verliep probleemloos en toen het ruim vol zat maakten we met onze mooie droge en soepele kleden, die keurig langszij werden gebracht, al even probleemloos zeeklaar. De winterdeklast was niet hoog, dus ook dat was vlug gebeurd. We maakten zeeklaar, de loods werd besteld en we maakten alles gereed voor vertrek. Ik kreeg opdracht om de ramen van het stuurhuis zowel van binnen als van buiten goed schoon te maken, eerst met warm water met spirius erin en vervolgens met pure spiritus en toen ik binnen bezig was en toevallig op het stuurkompas keek, zag ik dat het bevroren was. De vloeistof was sneeuw geworden. Er moet iets niet in orde zijn geweest met die vloeistof, want dat mag bij min 25 of min 30 natuurlijk niet gebeuren. Maar ja, het was zo. Kompas uit de behuizing getild en naar de kombuis gebracht. Toen het ontdooid was weer teruggeplaatst en varen maar. Ik zei het immers: Vroeger had je lol…

Op 23 december arriveerden we in Rotterdam en Kerst en Nieuwjaar moet ik dus thuis doorgebracht hebben. Ik herinner me er niets meer van. Het jaar, mijn eerste volle jaar varen, was voorbij, een jaar waarin ik opnieuw veel had geleerd en veel meegemaakt.
Van de eerste drie weken van januari 1953 kan ik in de scheepvaartberichten helemaal niets terugvinden. Ik neem zonder meer aan dat we na nieuwjaar nog lang zijn blijven liggen. Neef Jaap was tenslotte eigen baas en kon dat grotendeels zelf bepalen. Pas op 25 januari vind ik een bericht: aankomst Londen. Op 28 januari waren we terug in Rotterdam en op 30 januari 1953 vertrokken we met een lading kunstmest in zakken van Rotterdam naar Esbjerg. Na die reis kregen we dan toch eindelijk radiotelefonie. Waarom Jaap van gedachten veranderde, is mogelijk bekend uit vroegere postings hier, maar dat komt in de volgende en laatste aflevering ter sprake.

Tekst © 2014 Theo Horsten
Omnia transit sed navigare necesse est

Plaats reactie