Naar zee...

Een gezellig, leuk en informatief Scheepvaartforum
Gebruikersavatar
Theo Horsten (R.I.P.)
Berichten: 7820
Lid geworden op: 21 jul 2004 22:57
Locatie: N.Griekenland
Contacteer:

Re: Naar zee...

Bericht door Theo Horsten (R.I.P.) » 22 apr 2014 22:47

------------------------------------------- Afbeelding--Afbeelding
----------------------------------------------Antwerpen-tekening Alfons Vermeir (1905-1994)---------------------------Warnemünde 1951 - Foto via Hans de Graaf -Lightphoto


-------------------------------------------------------------------------------------------------------------Naar zee... (3)
------------------------------------------------------------------------------------------------------ Een zorgeloze zomer...


Op woensdagmorgen 11 juli 1951 deden mijn ouders 's morgens de deur van hun huis in het Zweedse Dorp in Eindhoven op slot en gingen met een taxi naar het station. Die taxirit kostte toen 2,25. Dat was hetzelfde als nu 8 euro, maar voor diezelfde rit betaal je vandaag 12 euro. Ze namen de trein naar Breda: 2 x enkele reis à 2,95. Dat zou nu € 10,46 zijn. Vandaag betaal je voor een enkele reis Eindhoven-Breda 10,20. Taxi's zijn 50 procent duurder geworden, terwijl het reizen per trein nog net zo duur - of net zo goedkoop - is als in 1951.

Afbeelding--Afbeelding--Afbeelding--Afbeelding

Ik put deze kennis uit de vier velletjes ruitjespapier waarop mijn vader een beknopt verslag schreef van de reis die ze toen met de Jan Kreumer maakten. Foto's van die reis heb ik helaas niet, die kwamen een jaar later pas, toen ze in de zomer opnieuw een reis meegingen. Die tweede reis hield hij ook een veel netter journaal bij, keurig in een boekje, maar ook deze vier, wat slordige velletjes papier zijn voor mij bijzonder waardevolle stukjes van de grote legpuzzel waar ik al jaren mee bezig ben. Het gaat me niet om de prijzen van taxi en trein - of: Koffie-cigaretten Breda f 3,50 - hoewel het best leuk is om dat terug te rekenen naar vandaag. Aan de hand van dit soort gegevens probeer ik me voor de geest te halen hoe mijn ouders toen waren. Mijn zuster zal thuisgebleven zijn om voor huis en hond te zorgen, maar zij gingen op stap.
Het ging van Breda per auto verder naar Antwerpen. Met wie zijn auto, dat weet ik niet. Ik denk dat Jaap vanuit Antwerpen even naar huis, naar Vlaardingen was geweest en door het taxibedrijf waar hij een contract mee had, weer werd teruggebracht. Hoe het ook zij, om één uur die middag waren ze aan boord en zullen ze waarschijnlijk om te beginnen een potje bier en een borreltje hebben gedronken, want daar was het natuurlijk een uitgelezen tijd voor en na zo'n reis kan men wel een verfrissing gebruiken. Ik herinner me daar niets, maar dan ook helemaal niets van. Wat ik nog wél weet, dat is dat we daar in Antwerpen vaten moesten laden, ik meen dat het palmolie was, bestemd voor Rostock, toen nog in de DDR. Toen we klaar waren hadden de tallyman van de wal en stuurman Floris Grünwald een verschil. Ik meen dat Floris twee minder had geteld. Dat dispuut met die Belgische afscheper liep hoog op, dat weet ik nog, vooral omdat een en ander zich voornamelijk aan dek afspeelde. Anders had ik het niet kunnen weten, want de salon was voor mij verboden terrein. Floris hield voet bij stuk, maar die Belgische tallyman ook. Mijn vader bemoeide zich er ook mee en ik meen, nee, ik weet vrijwel zeker dat hij de eerste was die de woorden "lossen op kosten van ongelijk" in de mond nam.
Dat ging aan. "Hoe zeker ben je?" vroeg neef Jaap aan Floris.
"Heel zeker," zei Floris.
"Zo zeker dat je dat aandurft: lossen, tellen en opnieuw laden op kosten van ongelijk?"
"Ja," zei Floris heel kalm, zonder aarzelen en zonder met zijn ogen te knipperen.
Toen haalden de Belgen bakzeil en gingen akkoord met Floris zijn telling.
Later bekende hij helemaal niet zo zeker van zijn zaak te zijn geweest en dus was het puur een kwestie geweest van wie de sterkste zenuwen had en het eerste met zijn ogen knipperde. Hoeveel we uiteindelijk uitgelost hebben, weet ik evenmin, maar het incident zelf staat me bij alsof het vandaag is gebeurd. Dat leerde ik die dag: "Een geschil beslissen op kosten van ongelijk." Toch niet onbelangrijk.

We vertrokken die avond om zes uur van Antwerpen en lagen 's nachts om twee uur in Vlissingen om te bunkeren en te provianderen. Diezelfde middag om twee uur gingen we verder, via het Kielerkanaal, waarna we op zaterdagmorgen 14 juli in Holtenau doorgeschut waren. Ik vraag me af hoe mijn vader dat beleefde, die confrontatie met Duitsers en dan vooral de Duitse loodsen. Ik herinner me nog heel goed hoe de stemming toen was, zes jaar na de oorlog en hoe voorzichtig die loodsen en andere officials toen waren om vooral niemand tegen de haren in te strijken of tegen de schenen te schoppen. Hij moet die zaterdagmorgen daar in de Kieler F￶rde en de Kielerbocht zijn ogen uitgekeken hebben. Het lag daar toen bijna tot aan Kiel vuurschip nog vol met wrakken waar je met verminderde vaart tussendoor slingerde en overal waren ze druk aan het bergen. Het heeft jaren geduurd voordat het daar schoon was. Recentelijk, mei 2013, zijn er in de Kieler Bocht op een diepte van 18 meter nog twaalf Engelse grondmijnen gevonden. In elke mijn zit 425 kilo TNT. Die zijn inmiddels onschadelijk gemaakt. In totaal vond de Duitse marine langs de vaarroute 85 objecten die nader oinderzoek behoeven. En dat bijna zeventig jaar na de oorlog.
Ook vraag ik me af hoeveel hij wist van de bestemmingshaven, Rostock. Of hij wist dat daar een enorme vliegtuigfabriek van Heinkel stond, waar de Heinkel He-111 P4 werd geproduceerd, een bommenwerper-torpedovliegtuig dat een belangrijk aandeel had in de Battle of the Atlantic en het dus ook op hem voorzien had. Die Heinkel vliegtuigfabrieken vormden samen met de Neptun Werft een zeer belangrijk onderdeel van de Duitse oorlogsindustrie met als gevolg dat ze van het begin af aan een doelwit waren voor de RAF.

Afbeelding Afbeelding Afbeelding Afbeelding

Op zaterdagavond kwamen we binnen. We gingen niet door naar Rostock, maar bleven in Warnemünde. Dat was in 1951 een grauwe, armoedige bedoening, die me deed denken aan de laatste twee oorlogsjaren in Nederland. Schade door die zware bombardementen zoals die hierboven worden beschreven, kan ik me niet herinneren. Dat puin moet in die zes jaar die inmiddels waren verstreken zijn opgeruimd. Ik herinner me winkels met lege, stoffige etalages of alleen maar wat kartonnen reclamedingen, precies zoals in 1944-'45 in Nederland. Of winkels met alleen maar prullerige souvenirs of boeken met propaganda voor het arbeidersparadijs. De Oost-Duitse mark was uiten de DDR zo goed als niets waard, maar officieel moest je in een kantoortje bij de poort het buitenlands geld dat je bij binnenkomst had aangegeven, wisselen tegen dezelfde koers als de West-Duitse mark. Terugwisselen kon niet meer en de uitvoer van Oost-Duitse marken was ook verboden, dus wat je had, moest op. Er waren allerlei manieren om dat wisselen aan de poort te omzeilen en eenmaal buiten kon je een koers van wel 1 op 10 krijgen maar je moest wel uitkijken, want volgens zeggen stonden er op deviezensmokkel de meest verschrikkelijke straffen. Je kon bij de poort gefouilleerd worden en als er dan buitenlandse valuta werden aangetroffen die je niet had aangegeven, dan was je de klos. Dat geld was je dan alzo kwijt, maar ze je konden je volgens zeggen ook gelijk maar tegen een paar ouwe olievaten zetten en je met een roestige kogel doodschieten. Dat was natuurlijk een tikje overdreven, maar er kwam wel gelazer van en dat moest je in Oost-Duitsland niet hebben. Een manier om bij dat fouilleren niet gesnapt te worden, was het geld heel klein op te vouwen en met pleisters achter je ballen te plakken. Dat zei men. Ik had zo weinig geld dat dat voor mij niet loonde, maar ik herinner me in het toilet van de eerste kroeg buiten de poort nog wel de rauwe kreten van mensen die dat geld dan weer lostrokken. Tja, voor een avondje goedkoop stappen moest je iets over hebben, nietwaar?
Toch kon ook ik gaan stappen, want één extra pakje sigaretten mee naar buiten nemen, was al voldoende voor een geslaagde avond en dat lukte wel. Ik weet niet meer wat dat opleverde, maar toch minstens vijftien van die waardeloze marken, terwijl een potje bier in de beste kroeg nog geen 50 pfennig kostte. Het was dan wel een grauwe boel, maar in de kroegen was het druk en overal was levende muziek. Een jaar of zo later ben ik er nog een paar keer geweest en toen heb ik dapper deelgenomen aan de feestelijkheden. Floris Grünwald zag kans om twee pakken Douwe Egberts Roodmerk mee naar buiten te nemen en die kon gelijk een orgie aanrichten. Misschien heeft hij dat de tweede avond ook wel gedaan, maar die eerste avond ging hij met mijn ouders en neef Jaap de wal op. Ze gingen naar Intourist, de Russische organisatie die niet alleen in de Sovjet-Unie, maar ook in het door de Russen bezette gedeelte van Duitsland hotels en restaurant exploiteerde waar buitenlanders hun geld mochten achterlaten. In Warnemnde was dat een grote zaaak - een zaak met spiegels, zou mijn vader hebben gezegd - met veel licht en veel muziek en alles te eten en te drinken wat je maar wilde hebben. Mijn vader besteedde daar tien gulden, lees ik hier. Ik denk dat hij daar flink wat marken voor heeft gekregen.
Na wat omzwervingen kwamen Pietje Toet en ik daar op den duur ook terecht, want iedereen was welkom, zolang je maar netjes in de kleren zat en een paar centen in je zak had. Nou, dat hadden wij. Niet veel, maar toch genoeg om daar aan een tafeltje te zitten en naar de mziek te luisteren, een pilsje te drinken en - omdat we zagen dat anderen dat bestelden - elk een grote schaal aardbeien met slagroom te eten. Toen was geluk heel gewoon. Het eten aan boord was goed, maar op een schip zonder koelkast waren de mogelijkheden toch beperkt. Verse melk was er nooit, laat staan slagroom, dus voor ons kon de avond niet meer stuk.
Zoals op het detail van mijn vaders verslag hieronder te zien is, sloeg mijn vader daar bij Intourist maar liefst een tientje stuk. Dat had hij vast niet op de legale manier gewisseld, maar waarschijnlijk of via neef Jaap, of via Floris Grünwald omgezet in zeker honderd mark, dus die zullen zich ook best hebben vermaakt. Gelukkig vertrokken we pas op dinsdag van Warnemünde naar Kotka, anders had hij het niet eens allemaal kunnen besteden.

------------------------------------------Afbeelding---Afbeelding

We voeren naar Kotka om daar gezaagd hout te gaan laden voor Southampton. Ik herinner me daar niets meer van; ik kwam later zo vaak in Kotka en dus is het niet verwonderlijk dat die ene speciale reis in juli 1951 volledig uit mijn geheugen verdwenen is. Ik moet daarom helemaal op mijn vaders aantekeningen afgaan. Zoals toen in Kotka te doen gebruikelijk voor schepen die gezaagd hout kwamen laden, ankerden we op de rede en werd de lading in bakken langszij gebracht. We lagen het weekend over en pa en ma waren met vakantie, dus die gingen zowel op zaterdagavond als op zondagavond de wal op waar ze de eerste avond 27 en de tweede avond 28 gulden stuksloegen.
Op dinsdag waren we beladen met 110 standaard hout, wat voor dat potje van 300 ton lang niet slecht was. Zoals elders al genoemd, betaalde het 14 pond en 10 shilling per standaard, wat in 1951 erg veel geld was. De totale vracht was, omgerekend, 17.000 gulden. We waren op 17 juli leeg in Warnemünde, dus daar begon de houtreis, terwijl we op 2 augustus leeg waren in Southampton. Dat wilde zeggen dat de reis 16 dagen in beslag nam, wat betekende dat het schip ruim 1000 gulden per dag opvoer. Dat zou nu, in 2014, ruim 3700 euro zijn, een fantastisch bedrag voor een dergelijk scheepje van 300 dwt, met een 200 pk Deutz die, volle kracht, nog geen 800 liter gasolie per 24 uur kostte en met maar 7 man aan boord.
Ter vergelijking en om die 3700 euro per dag die dat nu zou zijn in het juiste perpectief te plaatsen: een schip als hieronder, een containerschip met een capaciteit van 3752 TEU, 53.000 dwt, een MAN-B&W van dik 35.000 pk die, iets van 100 ton per dag verstookt, reden waarom ze al heel lang geen volle kracht meer varen, werd een jaar geleden vercharterd voor 6000 dollar per dag, wat overeenkomt met ongeveer 4300 euro.

Die 17.000 gulden voor een enkele houtreis, betekende dat je een dergelijk schip begin vijftiger jaren in twee jaar vrij kon varen waarna je de mastkloten mocht vergulden. Het betekende tevens dat iedereen die een paar centen achter de hand had - boeren, advocaten, tandartsen, rijkgeworden bakkers, slagers en paardenhandelaren - zich een kuster kocht. Dat snelle vrijvaren lukte alleen als de vrachten inderdaad zo hoog bleven en je in een jaar geen grote tegenslagen kreeg zoals aanvaringen, strandingen of werkelijk grote machineproblemen zoals een gebroken krukas of een gescheurd ondercarter dat toen nog niet gemetalockt kon worden. Een dosis geluk was dus vereist, maar dat heb je tenslotte altijd nodig.

------------------------------Afbeelding---Afbeelding
-------------------------------3700 per dag------------------------------------------------------------------------4300 per dag

We voeren naar Southampton en vandaar in ballast terug naar Rotterdam. Op vrijdag 3 augustus lagen we ‘s middags om vier uur vast in de Keilehaven en was voor mijn ouders de reis afgelopen. Ze waren 22 dagen met vakantie geweest en op maandag moest mijn vader weer terug naar Philips. Wat wij daarna gingen doen, zou ik werkelijk niet meer weten. Gewoon doorvaren, zoveel mogelijk houtreizen maken. Zout voeren we in die dagen nog niet, wel kunstmest, maar dat deden we voornamelijk ’s winters en zover was het nog niet. Of klei, uit de Limfjord naar Colchester en een enkele keer ook de Oostzee in.
In september, begin oktober 1951 was er voor wat betreft de bemanning het een en ander veranderd. Floris was nog steeds stuurman, maar mijn vaders jongere broer, Willem, de man die als olieman bij de Lloyd had gevaren en zo beschadigd uit de oorlog was gekomen, zoals ik in een vorige bijdrage vertelde, was nu machinist bij ons aan boord, De kok was nieuw, een zekere C - ik meen dat dat voor Cor stond – Esser, die van de Bill-S kwam. Ook weer zo vreemd, dat je dat wel onthoudt en de voornaam van de man niet. De nieuwe matroos was Meinte Sijtsma, een grote, grove kerel die van Terschelling kwam, een prima matroos die twee seizoenen met de Willem Barendsz op walvisvaart was geweest. Daar kon hij heel wat van vertellen en dat deed hij ook. Bovendien had hij zijn poolkleding meegebracht, wat ook een dankbaar gespreksonderwerp was. Hij had zelfs elektrisch verwarmde laarzen die, zo vertelde hij, speciaal werden gebruikt als je op de walvisvaarder achter de winch moest staan. Het waren nog steeds warme laarzen, maar de elektrische aansluiting ontbrak bij ons aan boord uiteraard. We hadden niet eens een verwarmd stuurhuis! De as die van de stuurkolom naar de kettingoverbrenging achter het stuurhuis en de stang van de keerkoppeling, liepen over de vloer door de achterwand van het stuurhuis en zodoende kon het akelig tochten rond je voeten. Maar je wist niet beter.
De dagen werden donker en koud en ik begon steeds meer te eten. De onvoorstelbare hoeveelheden die je als jongen van zeventien jaar kun verstouwen, als het akelig koud is en je hard moet werken. Ik herinner me nog dat ik me een keer in mijn hoekje achter de tafel in die kleine messroom letterlijk klem vrat aan de Portlandcement omdat ik me liet opklooien door kreten als: “Komop, man, neem nog een beetje. Je lust best nog meer." Ik moest een poosje gaan liggen.

De houtvrachten bleven onveranderd hoog en dus bleven we heen en weer jakkeren. Wat heet jakkeren? Het was een min of meer regelmatige vaart. Tussen 1 juni en 1 oktober 1951, de eerste vier maanden dat ik aan boord was, deden we ook precies vier houtreizen. In een vorige aflevering zei ik dat ik vroeger alle reizen die we maakten achter elkaar kon opnoemen, maar dat me dat nu niet meer lukte. Vandaag ben ik er een paar uurtjes voor gaan zitten – want zoveel tijd kost dat – en heb alle aankomst en vertrekdata uit de krantenarchieven gehaald. Ik heb werkelijk alle reizen gevonden, voor mij opnieuw een bewijs hoe prachtig het internet werkt. Ik wist nog dat we na mijn allereerste oversteek - met sla, kroten en andijvie voor Boston - naar Hull gingen en dat we daar aceton in vaten laadden. Nu heb ik teruggevonden dat we daarmee naar Gothenburg gingen. Van Gothenburg ging het naar Halmstad, in Zuid-Zweden en vandaar naar Bo’ness, een mooi haventje in de Firth of Forth dat in 1959 gesloten werd. Daar brachten we geen gezaagd hout, maar pitprops, mijnstutten. Die werden daar in enorme hoeveelheden geïmporteerd en ook dat betaalde goud. Daarna gingen we naar Grangemouth, dat er vlak naast ligt en ook nu nog een drukke haven is, kolen laden voor Kopenhagen, waar de vorige aflevering eindigde met een foto van Pietje Toet en mij op Rådhuspladsen.

Afbeelding-- Afbeelding
-------------------------Bo’ness in een grijs verleden…------------------------------------------------------------------ En zo ligt het dok er nu bij. Het is zelfs geen jachthaven geworden.

Daarna volgde die houtreis met mijn ouders aan boord, van Kotka naar Southampton, een volgende van Rauma naar Amsterdam en opnieuw naar Kotka voor een lading gezaagd hout naar Lowestoft. Op 4 oktober waren we leeg in Lowestoft, staken over naar Rotterdam waar we een lading voor Hamburg kregen, Wat, dat weet ik werkelijk niet meer. Wel weet ik nu weer dat we van Hamburg naar Höganäs gingen, aan de zuidwestkust van Zweden, in Skåne, in de aanloop naar de Sont. Het is een heel oude stad waarvan in 1488 in geschriften voor het eerst melding wordt gemaakt. Halverwege de 17de eeuw stonder er welgeteld zeventien huizen. Rond die tijd werden dicht aan de oppervlakte kolen gevonden, die, als de waterstand laag was, vanaf het strand gewonnen konden worden voor eigen gebruik. Tegen het eind van de 18de eeuw werd er ernst gemaakt met de mijnbouw en werd er zelfs een spoorlijn op houten rails gebouwd om de kolen naar de haven te brengen. Maar door die kolenwinning werden er nog veel meer waardevolle mineralen gevonden zoals poedermetalen. Uit die eerste primitieve kolenmijn groeide Höganäs AB een multinational met vestigingen over de hele wereld en 's werelds grootse fabrikant van poedermetalen. Maar er werden ook enorme kleiafzettingen gevonden, klei van een uniek soort schijnt te zijn en die tot op de dag van vandaag voor allerlei toepassingen wordt gebruikt, voor ovenstenen en allerlei toepassingen in de bouw, maar ook voor keramische producten. Het haventje is in al die jaren nauwelijks veranderd en kan schepen tot maximum 150 meter lengte en een diepgang van niet meer dan 6,5 meter ontvangen.
Wij moesten daar klei laden, voor Abö, in Finland. Twee dagen later waren we klaar en vertrokken. Op donderdagavond 18 oktober arriveerden we in Abö en losten op vrijdag en zaterdag. Die zaterdagmiddag wasten we het ruim zeer zorgvuldig en ik weet nog dat het toen guur, regenachtig weer was. In die tijd van het jaar, derde week oktober, was het alweer vroeg donker en al met al was het een koude, natte, modderige boel. We moesten naar Kristinestad een dikke tweehondervijftig mijl noordelijker in de Bothnische Golf, waar een volgende lading gezaagd hout op ons lag te wachten. Dat was goed een dag varen zodat we mooi op maandagmorgen laadklaar konden liggen. Het weer was niet bepaald gunstig en de vooruitzichten ook niet en misschien zou het beter zijn geweest als we niet waren gaan varen en een betere gelegenheid hadden afgewacht. Maar die lading lag daar en niemand wilde onnodig tijd verspelen en daarom besloot neef Jaap op een tussenoplossing. Met mijn kennis van nu zou ik misschien hetzelfde hebben gedaan. Hij besloot de volgende morgen, zondagmorgen, vroeg te gaan varen en dan onder loodsaanwijzing zover als maar mogelijk was binnendoor naar het noorden, bij voorkeur helemaal tot Kristinestad. De wind zat in het zuiden en het zuidwesten, dus als we eenmaal voldoende hoogte hadden gehaald, konden we daarna misschien schuin voor het lapje naar Kristinestad varen en daar nog steeds op maandagmorgen vastliggen. Ik zou dan het zekere voor het onzekere hebben genomen en, om wachttijd met de daaraan verbonden kosten te voorkomen, geen ploegen voor maandagmorgen, maar voor maandagmiddag één uur hebben besteld. Hoe het ook zij: besloten werd dat we zondagmorgen om zes uur, uiterlijk halfzeven zouden gaan varen. Dan ging je naar de dag toe en konden we een mooi eind komen, voordat het weer donker zou worden. Dat was de redenering en de motivatie voor die tussenweg.

-------------------------Afbeelding--Afbeelding
-------------------------Turku

Die zaterdagavond ging ik met Meinte Sijtsma de wal op. Zelfs op zaterdag was het in Abö op een gure oktoberavond geen wilde boel, maar we zochten toch naar wat vertier en vonden dat ook. Op een eerste verdieping boven een aantal winkels was een grote zaak waar het erg druk was en waar op het podium een aantal kerels een hoop lawaai maakten met twee trekharmonika’s twee violen en een oude piano. Dat ging gepaard met gezang en veel gestamp van laarzen en nu en dan een wilde kreet, maar iedereen leek het erg mooi te vinden en dus vonden wij dat ook. Het was in die tijd in Finland een heel gedoe om een potje bier te krijgen, laat staan een borreltje. Daar moest je verplicht bij eten en daarom bestelden we het kleinste verplichte menu en dronken een pilsje. Nu had Meinte aan boord al het een en ander ingenomen waardoor hij in een wat jolige stemming was. Bovendien had hij een platluis met jenever in de binnenzak waarvan hij zo nu en dan op het toilet een slokje ging nemen en na enige tijd zongen en stampten wij lustig mee met de muziek.
Op zeker moment scharrelt er een heilsoldate door het etablissement, een al wat oudere, wat gezette vrouw, een beetje een schommel, zeg maar. Hoe oud ze was moet ik schatten, want als je zeventien bent lijkt iemand van veertig al verschrikkelijk oud, terwijl die standaard Leger-des-Heilsregenjas en dat ouderwetse hoedje haar mogelijk ook nog ouder deden lijken dan ze was, maar als ik aan haar terugdenk - en ik zie haar nog haarscherp voor me - moet ze toch minstens tegen de zestig zijn geweest. Ze moet dus lang geleden al tot heerlijkheid zijn bevorderd. Ze had een collectebus bij zich en verkocht de Finse versie van de Strijdkreet. Op den duur naderde ze ook ons tafeltje en ik zie haar nog aankomen: een wat vermoeide vrouw met een rond, wat blozend, heel viendelijk gezicht. In het Fins moet ze hebben gevraagd of wij belangstelling hadden voor haar blaadje en nog zie ik die rode, door de drank enigszins verhitte, grijnzende kop van Meinte Sijtsma terwijl hij in het Nederlands iets zei wat ik hier niet letterlijk zal herhalen, maar dat er, zeer gekuist, op neerkwam dat ze dat blaadje wel mocht houden, maar dat hij graag een leuk bedrag in haar collectebus zou doen als ze bereid was met hem de liefde te bedrijven. Hij moest vreselijk om zichzelf lachen en ik had ook grote lol. Theoretisch is het vast en zeker niet mogelijk dat iemand op slag nuchter wordt, maar toch heb ik het voor mijn ogen zien gebeuren toen die vriendelijke vrouw ook stralend begon te lachen en in accentloos Nederlands zei: "Ach, bent U Hollander? Ik woon al dertig jaar in Finland, maar oorspronkelijk kom ik uit Arnhem en ik vind het altijd weer fijn om Hollanders te ontmoeten en weer even Nederlands te spreken."
Wat was ik graag met stoel en al door de vloer gegaan en op de begane grond terecht gekomen om van daaruit het pand snel te verlaten. Het ergste was nog dat ze daarna echt nog een poosje gezellig bleef kletsen. Meinte wilde haar hele stapel Strijdkreten opkopen, maar dat wilde ze niet; een kleine bijdrage was meer dan voldoende. Die gaven we. Ruimhartig
Dat was voor ons die zaterdagavond meer dan voldoende vertier geweest en direct daarna zijn we door de regen met zo nu en dan wat natte sneeuw teruggegaan naar de kaai waar de Jan Kreumer lag en zo hadden we gelukkig toch nog een goede nachtrust.

-----------------------------------------------------------------------------------Afbeelding
------------------------------------------------------------------------------------Isokari lighthouse

Zondagmorgen om zes uur kwam Floris porren. De loods kwam aan boord en om half zeven vertrokken we. Het was winderig en miezerig met af en toe gemene buien. We voeren de hele zondag door de krikkemikken. De loods voelde er niets voor om helemaal mee naar Kristinestad te gaan, maar wilde ons tot zes mijl bezuiden het licht van Isokari brengen, waarna Jaap dan, als hij dat zou willen, bij Rauma vuurschip opnieuw een loods kon nemen. Kort voor zessen die avond ging de loods op de afgesproken plaats van boord. Het waaide en het regende en nu en dan was het zicht niet al te best. We hadden geen radar en om in elk geval een beetje bij te houden waar we bleven, ging de log er zoals gewoonlijk onmiddelijk achter terwijl we volle kracht verder naar buiten gingen. Met dat lege schip en deze wind was een matige vaart geen optie omdat we dan te veel zouden driften. Achteruit moest het sectorenlicht van Medelklubben wit blijven, maar om zeven uur viel er een bui in waardoor we het vuur niet meer konden zien. Om kwart over zeven sloeg het noodlot toe.

-------------------------------------------------------------------------Afbeelding


Wordt vervolg...


Tekst ©2014 Theo Horsten

Notice: I am doing my utmost to respect and deal with the copyrights of third parties.
Anyone who feels that his or her rights in connection with the images placed in this topic
have been violated or wronged, is invited to contact the webmaster and indicate the
relevant objections so that appropriate action can and may be taken.
Laatst gewijzigd door Theo Horsten (R.I.P.) op 23 apr 2014 09:55, 3 keer totaal gewijzigd.
Omnia transit sed navigare necesse est


Gebruikersavatar
jdbvos
Berichten: 7084
Lid geworden op: 22 apr 2006 16:17
Locatie: Groningen

Re: Naar zee...

Bericht door jdbvos » 22 apr 2014 23:11

Je weet ook wel waar je moet stoppen, hè, Alfred Horsten Hitchcock..... :-D

Bob
Berichten: 3142
Lid geworden op: 19 sep 2008 18:00
Locatie: Langedijk

Re: Naar zee...

Bericht door Bob » 23 apr 2014 00:13

Zo iets heet een cliff hanger. Je bent verzekerd van lezers bij de volgende aflevering.

mvg Bob
't Leven is niet altoid roist met krente, 't is ok welders gortepap die skift is.

Gebruikersavatar
Harry G. Hogeboom
Berichten: 11721
Lid geworden op: 22 jul 2004 02:07
Locatie: Canada

Re: Naar zee...

Bericht door Harry G. Hogeboom » 23 apr 2014 03:27

Om kwart over zeven sloeg het noodlot toe.
Da's de Nautische versie van z'n " Drank en Vrouwen" :mrgreen: :lol:
MVG HGH.
"Don't sweat the small stuff"

Gebruikersavatar
Theo Horsten (R.I.P.)
Berichten: 7820
Lid geworden op: 21 jul 2004 22:57
Locatie: N.Griekenland
Contacteer:

Re: Naar zee...

Bericht door Theo Horsten (R.I.P.) » 23 apr 2014 07:05

Ja, ik vond dat wel een mooi moment om recht werk te maken. :-D
Let ook even op de tijd van plaatsing, voor mij dertien minuten voor middernacht en ik wilde nog even naar Pauw & Witteman kijken die voor mij op die tijd beginnen.
Ik heb nog meer krantenberichten, maar dit was het meest bondige en correcte. Ik begin volgende keer met mijn eigen versie van het gebeurde, een verslag(je) dat ik op dinsdag 23 oktober 1951 schreef, dezelfde datum als dat bericht uit Het Vrije Volk. Ik schreef toen een brief aan mijn vriendinnetje...

Afbeelding--Afbeelding

Nu zullen oplettende lezers waarschijnlijk denken - of zeggen: "Hoe kan die gozer na dik zestig jaar nou toch een btief in zijn bezit hebben die hij aan een ánder schreef?" Wel, dat zit zo.
Dat komt omdat ik zes jaar en één maand later, op 28 november1957, met dat vriendinnetje trouwde. Maar toen, in 1951, was het gewoon een vriendinnetje. Sterker nog: ze deed zelfs dienst als postillon d'amour voor mijn échte liefde. Dat was een bij voorbaat tot mislukken gedoemde, maar wel zeer serieuze en diep ingrijpende affaire.
Maar die brief is dus een zeer betrouwbaar verslag van de ramp, beter dan de krantenberichten en zélfs correcter dan het verslag van de Raad voor de Scheepvaart van 18 februari 1952.
Mogelijk kom ik daar later nog op terug, alhoewel... :shock:

--------------------------------------------------Afbeelding

Ik ga aan aflevering 4 beginnen.

Ik zag dat ik een paar storende fouten had gemaakt. Die heb ik verbeterd.
Omnia transit sed navigare necesse est

schokker
Berichten: 241
Lid geworden op: 06 jan 2007 22:21

Re: Naar zee...

Bericht door schokker » 23 apr 2014 20:53

Een kleine kanttekening bij de genoemde daggelden. De 6000USd/dag voor het containerschip is op T/C basis, netto daggeld, dus havengeld en brandstof voor de charteraar. De ruim 1000 gulden/dag voor het potje is bruto vracht, daar moet nog brandstof, havenkosten en zeer waarschijnlijk laadkosten nog af om het netto daggeld op T/C basis te weten.
Neemt niet weg dat er toen voor die tijd erg veel geld is verdiend door die scheepjes.

Groeten

Henk

Gebruikersavatar
Theo Horsten (R.I.P.)
Berichten: 7820
Lid geworden op: 21 jul 2004 22:57
Locatie: N.Griekenland
Contacteer:

Re: Naar zee...

Bericht door Theo Horsten (R.I.P.) » 23 apr 2014 23:39

Uiteraard zijn dat geen zuivere cijfers, maar alleen bedoeld om een indruk te geven. In 1951 betaalde je voor een ton gasolie iets van 35 dollar. Nu bijna 1000.
Omnia transit sed navigare necesse est

schokker
Berichten: 241
Lid geworden op: 06 jan 2007 22:21

Re: Naar zee...

Bericht door schokker » 23 apr 2014 23:54

Interessante getallen. In 1990 koste de gasolie tussen de fl200,- en fl250 per 1000ltr en nu rond de 600Euro/cbm
Toen in 1979 met de oliecrisis de gasolie naar fl800,-/cbm ging in plaats van ongeveer fl100,-/cbm stond alles op z'n kop.

Grt

Henk

Gebruikersavatar
Theo Horsten (R.I.P.)
Berichten: 7820
Lid geworden op: 21 jul 2004 22:57
Locatie: N.Griekenland
Contacteer:

Re: Naar zee...

Bericht door Theo Horsten (R.I.P.) » 24 apr 2014 07:31

In 1956-'57 waren de vrachten belangrijk lager en lag je soms op orders te wachten. Men klaagde toen steen en been over de gasolieprijs van 100 gulden per ton.

Om die 1000 gulden per dag die zo'n klein scheepje in 1951 kon opvaren nog wat beter in perspectief te zetten: met zeven man zal er iets van 15 gulden per dag aan voeding zijn besteed.
Een bemanning van 6 koppen plus een kapitein. Die zes man - stuurman, machinist, kok en drie man aan dek - zullen in totaal zo rond de 45 gulden per dag hebben gekost, inclusief sociale lasten, wat toen nog vrijwel niets was. Niet lang daarna beliepen die toch al gauw 30 procent, maar 1951 was nog net in de tijd dat er zegeltjes van een paar dubbeltjes geplakt moesten worden.

Hoeveel een kapitein-eigenaar per maand voor zichzelf gebruikte, kon hij uiteraard zelf bepalen. Hoeveel een zetkapitein toen kon verdienen, weet ik niet en ook niet of die allemaal voor kaplaken voeren. Ik weet wel dat een kapitein van een kuster in 1955-'56 zeer content was met 1000 gulden in de maand. Ik weet niet meer waar ik in 1961 zelf voor begin, maar ik schat dat ik toen ook iets van duizend gulden in de maand zal hebben gehad. Dat was dan inclusief kaplaken. Toen ik eind zestiger jaren op eigen verzoek aflosser werd bij Wagenborg en zowel op de kleinste als de grootste schepen van die tijd voer, had ik 50 gulden per dag varend en 40 gulden als ik thuis was. Dat was een prima gage.
Samenvattend: in 1951 zullen de kosten voor zeven man bemanning, inclusief de kapitein, zo rond de 100 gulden per dag hebben belopen.
Those were the days.
Omnia transit sed navigare necesse est

Aad v Staveren (RIP)

Re: Naar zee...

Bericht door Aad v Staveren (RIP) » 24 apr 2014 10:40

Theo een heel goed verhaal tot nu toe. Ik kom in je verhaal verschillende voorvallen tegen die ik zelf ook meegemaakt heb. Het verkopen van Nederlands geld in Strahlsund voor veel meer Oost Duitse marken dan wat je officieel kreeg als je deze inleverde bij de offieciele instantie, dit was in 1957. Ook het verhaal van een Hollandse vrouw die een niet zo'n nette aanzoek krijg en je denkt dat verstaat ze toch niet. Heb het zelfde mee gemaakt in Zuid Frankrijk, waar we een heel mooie dame tegen kwamen en de opmerking gemaakt werd daar zou ik wel graag de koffer mee induiken. Waarop in het Nederlands geantwoord werd, dat zou je zeker wel willen,maar ik ga hier niet op in.
Aad van Staveren

P.M. Noppeney
Berichten: 251
Lid geworden op: 18 dec 2006 21:00
Locatie: Den Helder

Re: Naar zee...

Bericht door P.M. Noppeney » 24 apr 2014 21:32

Theo

Ook ik maakte een dergelijke situatie mee; 1964 (18 jaar oud/jong)en voor het eerst in New York. Met een paar maten naar een bioscoop. De film was waardeloos wat we onder elkaar ook duidelijk lieten blijken. Wat een K.. film, zonde van ons geld en meer hard op geuit commentaar. Toen de film afgelopen was liepen we naar de uitgang en werden in het Nederlands aangesproken door een keurige heer die ons toesprak"jongelui juliie zijn als gast in een ander land gedraag je dan ook als gast, dit is geen taal voor jullie". Wat we hebben geantwoord weet ik niet meer, wel dat ik me behoorlijk lullig voelde. Mijn grootvader(oud marine man) zei het al Nederlanders zijn net wandluizen, je komt ze overal tegen.
Groeten uit Den Helder,

Peter Noppeney
Kennis is macht, karakter is meer.

deventer05
Berichten: 173
Lid geworden op: 15 jan 2012 15:49

Re: Naar zee...

Bericht door deventer05 » 24 apr 2014 21:58

Je ziet het Theo, er is altijd wel iets in je prachtige verhaal dat bij deze en gene herinneringen oproept. Vaak dingen die al lang weggezakt zijn. En dan zijn het ook nog vaak trivia, en je verbaast je er dan over dat ze nog ergens in je geheugen zitten. Zo had ik er ook een:

De onvoorstelbare hoeveelheden die je als jongen van zeventien jaar kunt verstouwen, als het akelig koud is en je hard moet werken.

Dat was bij mij ook het geval, en zeker op zaterdag als de pot snert en drie-op-de-pan schafte (met een borrel). De anderen, die vol zaten en een sigretje opstaken, keken dan voldaan achterover leunend en vol belangstelling toe als ik nog een opschepte.
"Nou gaat ie z'n lintworm voeren".
En daarna komt die ouwe nog eens met de soepterrine langs.
"Ik hoorde dat Hotze nog een bordje snert wil?"
En je wilt je natuurlijk niet laten kennen, hoewel.... :x
En je door die ouwe te laten bedienen is natuurlijk ook wel iets bijzonders... :lol:
Doch dien pligt en lit de lju mar rabje.

Gebruikersavatar
Theo Horsten (R.I.P.)
Berichten: 7820
Lid geworden op: 21 jul 2004 22:57
Locatie: N.Griekenland
Contacteer:

Re: Naar zee...

Bericht door Theo Horsten (R.I.P.) » 25 apr 2014 08:50

Ja, dat valt mij ook op, hoe bepaalde gedeeltes eruit worden gepikt. :-D
Dat is goede feedback.
Omnia transit sed navigare necesse est

Gebruikersavatar
Theo Horsten (R.I.P.)
Berichten: 7820
Lid geworden op: 21 jul 2004 22:57
Locatie: N.Griekenland
Contacteer:

Re: Naar zee...

Bericht door Theo Horsten (R.I.P.) » 28 apr 2014 20:21

--------------------------------------------------------------- Afbeelding
--------------------------------------------------------------------------------------------Op Sandbäcks Norra


------------------------------------------------------------------------------------------Naar zee...((4)
-------------------------------------------------------------------------------------------On the beach

Als een schip averij oploopt die zo ernstig is dat het gebeurde het nieuws haalt en de vraag belangrijk wordt hoe dat gekomen is en wie er mogelijk schuld aan had, zijn er gewoonlijk verschillende lezingen van het gebeurde en worden er snel meningen gevormd. Wie ten tijde van de ramp niet zelf aan boord was, moet daarbij afgaan op berichten en verklaringen van anderen, waarbij, zélfs als het verklaringen uit de eerste hand zijn, telkens weer de vraag rijst hoe betrouwbaar en hoe waarheidsgetrouw die zijn. Afgezien van berichten in de vakpers is de betrouwbaarheid van berichten in de media op zijn zachtst gezegd twijfelachtig, maar desondanks worden aan de hand van die informatie meningen gevormd en uitgesproken, conclusies getrokken en oordelen gegeven en geveld. We doen daar, een enkele uitzondering daargelaten, allemaal wel eens aan mee, maar toch blijft het zaak om een en ander telkens weer kritisch te bekijken. Er wordt wel eens gesuggereerd en zelfs met stelligheid beweerd dat de journalisten van tegenwoordig maar een eind weg schrijven zonder te weten waar ze het over hebben, waardoor ze de meest domme fouten maken en dat dat vroeger toch maar heel anders was. Nou, dat was in 1951 precies hetzelfde, hoor. Ook toen werd er veel onzin verkocht.

De stranding van de Jan Kreumer haalde de pers. Niet dat het nu zo verschrikkelijk spectaculair was, maar het was wel een ernstig ongeval en we waren een lange, bange nacht in direct levensgevaar geweest. We waren gestrand op Sandbäcks Norra, een stelletje gemene stenen waar nu een mooi licht op staat, maar die destijds alleen gedekt werden door het sectorenvuur van Medelklubben. Het weer werd alleen maar slechter en de branding werd steeds wilder en toen na enige uren bonken en hengsten het hele vlak aan flarden was en ruim en machinekamer vol water stonden, lagen we wel vast, maar de slagzij nam alsmaar toe en het gevaar was aanwezig dat we door wind en zee alsnog van de stenen afgeslagen zouden worden en in dieper water terechtkomen, waarna we zouden zinken als een steen. We hadden de sloep klaargemaakt, maar ik vraag me zelfs nu nog af of die onder die omstandigheden goed te water zou zijn gekomen en of we ons daar dan, in het donker, in slecht weer en tussen de stenen, mee gered zouden hebben. Met dat lullige kraantje - zie de foto hieronder - was het onder de meest gunstige omstandigheden al een hele klus om die zware boot uit de klampen en over het hekwerk buitenboord te krijgen, laat staan in donker op een schip dat met slagzij zinkende is. Toch dacht iedereen na, want ik zie nog hoe de kok, geheel op eigen initiatief een doos gecondenseerde melk in de sloep zette. Die rekende op een lange reis.

--------------------------------------------------------------- Afbeelding

We hadden geen radiotelefonie aan boord, dus een Mayday uitzenden kon niet. Het enige wat we hadden waren vuurpijlen, handstakellichten en een aldislamp. Maar het was hartstikke donker en het zicht was slecht en er was niemand in de buurt. Desondanks werd besloten om vuurpijlen af te schieten in de hoop dat er op het loodsstation of de toren van Isokari uitkijk werd gehouden.. Dat waren nog van die ouderwetse vuurpijlen, met een lange stok die de raket moest stabiliseren. Vuurwerk en stokken lagen los van elkaar opgeslagen, dus als je ze nodig had, moest je maar hopen dat niemand een paar stokken als vishengel had gebruikt of, toen het stuurhuis in de blanke lak gezet moest worden, van een van die stokken een stel mooie, schone roerhoutjes had gemaakt. Zo'n stok moest aan de zijkant langs de raket worden gechoven en vervolgens ergens in worden gestoken vanwaaruit hij afgevuurd kon worden; een koker, of twee ogen aan de verschansing, zoiets. Maar ja, daar was nooit zo over nagedacht, dus waar moesten we die nu insteken? Iemand kreeg een helder idee: een emmer zand. Dat was niet zomaar een idee en op een donkere, stormachtige nacht op de stenen in de Bothnische Golf heb je niet altijd zand voorhanden, maar wij hadden beneden, in het hok waar de kolengestookte kachel voor de centrale verwarming stond, een emmer zand staan om een beginnend brandje te blussen. Die werd aan dek gesleurd en daar werd de stok van een vuurpijl ingestoken. De kok moet een belangrijke rol in het geheel hebben gespeeld, want behalve het provianderen van de reddingboot, was hij nu degene die de eerste vuurpijl moest afschieten. Dat was een kwestie van de lont aansteken en een stapje terug doen. Er zouden drie vuurpijlen afgeschoten worden. De eerste ging met veel vuur en gesis als een tierelier de lucht in, ontplofte fraai en daalde vervolgens geleidelijk. Toen die gedoofd was, ging de tweede omhoog en ook die ging goed. De derde niet. Daarvan bleef de stok in de emmer met zand achter waardoor het kreng stuurloos werd en wild tuimelend door de lucht vloog, alle kanten op, maar gelukkig niet terug in onze richting. Voordat hij ontplofte, lag hij al in zee. Omdat we maar zes vuurpijlen hadden, werd besloten de resterende drie eerst achter de hand te houden.

Intussen liep het ruim snel vol en ook in de machinekamer kon de pomp het lang niet bijhouden. De hoofdmotor was gestopt en de liggende Deutz op het bordes gestart zodat we konden blijven pompen, maar het was letterlijk dweilen met de kraan open. We hokten met zijn zevenen in het stuurhuis bij elkaar terwijl we op de stenen lagen te hengsten en de slagzij alsmaar toenam.
"Stuurman," zei neef Jaap, "ga naar beneden, haal alle monsterboekjes uit mijn bureaula en deel die uit."
Dat deed Floris en toen hij terug was en iedereen zijn monsterboekje had, zei neef Jaap: "Steek het goed weg, waar het de meeste kans heeft om droog te blijven. Dan weten ze tenminste wie je bent als je wordt opgevist."
Dat gaf de zeeman moed en om nog wat meer moed te krijgen en een beetje warm te blijven werd een fles cognac opengetrokken en kreeg iedereen een neutje.
Neef Jaap deed dergelijke opwekkende uitspraken wel vaker. Toen we in de Rampstorm van februari 1953 met dat scheepje tegen letterlijk huizenhoge golven op moesten tornen en in diepe dalen doken en telkens maar weer moesten hopen dat de kop op tijd omhoog zou komen, sprak hij op zeker moment: "Nou, één troost hebben we: als het fout gaat zijn we in elk geval snel uit ons lijden."

Ik zei hierboven al dat er al gauw verschillende lezingen van het gebeurde zijn en verderop zullen we zien hoe verschillend die waren, maar ik heb een uitstekend geheugen en weet exact wat er allemaal gebeurd is, wie wat zij en op welk moment en wie wat deed. Zo weet ik dus ook wat er in de verschillende berichten niet klopt en dat geldt ook voor de officiële berichten.
Maar laten we het vooralsnog simpel houden en beginnen met een verslag "heet van de naald", wat in dit geval wilde zeggen: twee dagen na het gebeurde. En omdat ik het vooralsnog simpel wil houden, is het ook een simpel verslag: de al eerder genoemde brief die ik vanuit Nystad aan mijn toenmalige vriendinnetje schreef en waarin ik beknopt weergeef wat er was gebeurd. Dat ik me daarbij en passant opwerp als bergingsexpert en schaderegelaar, moet de lezer maar voor lief en met een korrel zout nemen. Ik was tenslotte zeventien jaar en was net krap vijf maanden in de maritieme sector werkzaam. Daar gaan we...

--------------------------------------------------------------Afbeelding
---------------------------------------------------------------------------------Het origineel. Transcriptie hieronder
------------------------------------------------------------------------------Na zestig jaar eindelijk het ware verhaal...


----------Afbeelding--Afbeelding

Ik zou denken dat dit toch een keurige brief voor een zeventienjarige. Het gaat bij dit soort zaken altijd om kleinigheden, om kleine afwijkingen tussen de verschillende verklaringen en berichten, maar wat hierboven staat, is waar. Nu staat er misschien niet veel, maar wat er staat, is belangrijk. Alhoewel, wat is nu eigenlijk nog belangrijk? Het had destijds misschien belangrijk kunnen zijn, want nu is het allemaal verjaard, totaal niet belangrijk meer en alleen nog goed voor een aardig stukkie op een forum of voor je memoires die je in je tuin, onder de pruimenboom kunt schrijven en een titel meegeven zoals bijvoorbeeld "Herinneringen uit een Zeemansleven in de Vorige Eeuw."

Gaan we nu gelijk verder met het eerste uitgebreide bericht dat op woensdag 24 oktober 1951 in het Nieuwsblad van het Noorden verscheenナ

----------------------------------------------Afbeelding

We kunnen nu wel zeggen dat journalisten maar raak schrijven en er zitten ook minstens zes fouten in dat artikeltje, maar kranten hoeven zich, zolang ze niemand persoonlijk noemen of aanspreken, nu eenmaal niet aan de waarheid te houden. Voor de nietsvermoedende, gemiddelde lezer was het best een aardig stukkie dat menigeen zal hebben doen opkijken. Het was ook best een opzienbarend geval, zo zelfs dat de maritiem historicus Frits Loomeijer er in Schuttevaer vierendertig jaar later, in november 1985, drie afleveringen van zijn rubriek "Van de waterkant gezien" aan wijdde. Het spreekt vanzelf dat Loomeijer goede research deed voor die drie artikelen en zijn informatie zal dan ook zonder meer betrouwbaar zijn. Zo zal hij ook inzage hebben gehad in de scheepsverklaring die neef Jaap een paar dagen na het gebeurde aflegde. Waar, dat weet ik niet. Misschien in Turku, maar mogelijk is hij ervoor naar Helsinki gereisd. In tegenstelling tot wat ik in mijn brief aan mijn vriendinnetje en latere echtgenote schreef, was mijn aanwezigheid en inbreng daarbij in elk geval niet vereist. Hij verklaarde toen het volgende...
    • De motorcoaster 'Jan Kreumer', 350 dwt groot en gebouwd in 1935 bij scheepswerf Gebr. Niestern te Delfzijl als 'Jola', vertrok op 21 oktober 1951 om 06.30 uur in ballast van Abö naar Kristinestad om aldaar een lading hout met bestemming Hull te laden. De bemanning was voltallig, de luiken gesloten, de kleden geschalkt en de voorpiek met dubbele bodemtanks volledig gevuld met water.

      Te 17.50 uur zetten we de loods af dwars van Enskjär en we stuurden vervolgens in de witte sektor van Medklubben recht achteruit met een koers van NW t W ½ W. De wind was inmiddels nog rneer in kracht toegenomen en tijdens de regenbuien was het zicht slecht. Zo nu en dan verdween de witte sektor van Medklubben, doch na opklaring kwam het vuur weer door.

      Te 19.00 uur gaven wij een weinig SB en stuurden NW t W ¼ W. Het zicht was door een zware regenbui slecht geworden en we zagen de witte sektor van Medklubben niet meer. De log wees ruim 8 mijl aan en we keken scherp uit naar de witte sektor, die niet meer te voorschijn kwam wegens de zware bui. We gaven onmiddellijk de motor wat langzamer, doch zagen plotseling vooruit de branding.
      We gaven hard SB-roer, waarop het schip zeer snel reageerde en we draaiden in korte tijd, mede door het balansroer, circa 12 streken, doch enkele minuten daarna, en wel te 19.12 uur, voelden we een zware stoot, direkt gevolgd door meerdere stoten, Binnen een paar minuten zat het schip muurvast. De schroef was bij de eerste stoten al gestopt, maar de "Jan Kreumer" zat zo omhoog dat volaan achteruit draaien geen enkele effekt had. Onmiddellijk na het vastlopcn werd het ruim en de machinekamer gekontroleerd en de bemanning kwam tot de ontdekking dat beide ruimten veel water maakten, Het schip had het zwaar te verduren. De branding beukte erop en spoedig begon het slagzij te maken. Alle, aan boord beschikbare pompen werden bijgezet, maar deze hielden het water niet bij. Na korte tijd werd dc hoofdmotor gestopt omdat het water te hoog kwam, De reddingboot werd klaargemaakt om eventueel snel van boord te kunnen. De slagzij bedroeg reeds 18 graden.
      Te 2200 uur passeerde ons een schip aan BB op korte afstand. Wij gaven noodseinen en deze werden opgemerkt.
      Het was inmiddels helder zicht geworden en we zagen de groene sektor van Medklubben flauw doorkomen en het witte vuur van Enskjär, We zaten dus op de stenen van Sandbacks Nord Grundet, Op 22 oktober om 03,00 uur arriveerde de reddingsboot uit Nystad en deze seinde aan ons dat hij ons gedurendc de nacht er niet af kon halen. Doch hij bleef in de nabijheid
      Te 07.00 uur was het water reeds tot circa 2,50 meter in de machinekamer gestegen en viel de lichtmotor door binnendringend water stil. Het schip had inmiddels een slagzij van 20 graden gekregen en de toestand aan boord werd zeer hachelijk.
      Te 08.00 uur werd door de reddingboot een lijn over het achterschip geschoten en aan de lijn werd een reddingsvlot bevestigd, welke wij door de branding naar het schip trokken en waarmee de bemanning een voor een van boord werd gehaald,
      Het schip begon nog meer te hellen en het water in het ruim en de machinekamer bleef stijgen, Te 10,45 uur bedroeg de slagzij 28 graden en mede op aandringen van de reddingbootkapitein werd eveneens door mij besloten het schip te verlaten, om reden dat kapseizen niet uitgesloten was.
Dat was het. Dat was het eerste officiële verslag van het gebeurde, afgelegd ten overstaan van een bevoegd ambtenaar en ondertekend als zijnde de waarheid. Hier ga ik nu mijn eigen relaas aan toevoegen of tegenover stellen, net hoe je het wilt noemen, in niet ambtelijke taal, net zoals die brief aan mijn vriendinnetje. Vanaf het tijdstip dat we de loods ontscheepten tot het moment dat we met de reddingboot in Nystad aankwamen en we voor de fotograaf van de Turun Sanomat poseerden.

Afbeelding

--------------------------------------De uitloop van Isokari naar zee in de witte sector van het vuur van Medelklubben-Fins: Keskikallio

Ik denk dat ik de loods van boord heb geholpen terwijl Meinte Sijtsma al aan het wiel stond. Ik moet voor die tijd de log al hebben klaargemaakt om uit te vieren. Die hing keurig opgeschoten - linksom - aan de reserveschroef op het achterdek, maar die mocht je nooit zo, vanuit de opgeschoten toestand uitvieren omdat het dan kon gebeuren dat de ene slag onder de andere kwam en de zaak in de war liep waarna het een enorme puinhoop werd. Zodra de vin in het water kwam, begon die onmiddellijk te draaien en als het dan fout ging, draaide alles in de knoop. Dus: klok plaatsen en met het aangesplitste eindje aan de railing vastzetten. Loglijn omgekeerd op dek leggen, met de vin onderop, vasthaken aan het vliegwiel en dan de lijn op een losse hoop gooien. Als de log uitgevierd moest worden, gooide je de vin overboord en liet hem vrij uitlopen waarna je hem tijdig opving en rustig strak achter het vliegwiel liet komen. Inhalen was eveneens een speciale procedure, maar dat doet hier nu minder ter zake. Het behoort intussen allemaal tot de oude ambachten.
Daarna ben ik naar het stuurhuis gegaan waar ik het vaste plekje als uitkijk innam als je met twee man op wacht was: aan bakboord in het hoekje. Vanaf die plek kon ik ook naar achteren kijken en omdat ik wist wat de bedoeling was, hield ik ook dat witte vuurtje achteruit in de gaten. Dat dat Medeklubben was, wist ik niet, maar dat was ook niet belangrijk. Jaap stond zoals altijd aan stuurboord uit het open raam geleund. Dat waren van die ramen zoals je lang geleden ook in de oude treinen had, met zo'n brede lieren riem eraan waarmee je het kon laten zakken en ophalen. Het was donker en het waaide en zo nu en dan regende het en op zeker moment was het vuur achteruit niet meer te zien. Of ik dat gemeld heb, weet ik werkelijk niet meer, maar Jaap keek ook regelmatig achterom en moet geweten hebben dat het in de regen verdween. We draaiden steeds volle kracht en hebben geen moment afgeslackt, maar op zeker moment brulde neef Jaap: "Hard bakboord!"
Meinte Sijtsma reageerde onmiddellijk en legde het roer bakboord aan boord. Direct daarop liepen we op de stenen.
Je moet het hebben meegemaakt om te weten wat het is en hoe het klinkt als een leeg schip volle kracht op de stenen loopt. Dat is een afgrijselijk geluid. Niet één geluid, maar een kakofonie van allerlei geluiden en daarbij het schokken en het bonken en het schudden en het rammelen. Zo mooi als de geluiden zijn die een van niet al te grote hoogte gevallen piano maakt - en ik behoor tot de gelukkigen die weet hoe dat klinkt - zo verschrikkelijk is het geluid van een schip dat omhoog loopt.

De minuten daarna zijn in mijn herinnering een chaos. We kwamen weer vrij, dat weet ik wel. Uiteraard had Jaap de schroef gestopt, maar of hij achteruit heeft geslagen en wanneer de schroef weer op vooruit in zijn werk heeft gezet en of hij daarna stuurboord of bakboord uit is gegaan, weet ik echt allemaal niet meer. Ik weet wel dat we weer voeren en dat het de bedoeling was dat we terug zouden gaan, richting loodsstation. Ik werd naar voren gestuurd, naar de bak om uit te kijken naar stenen, naar branding en daar, in mijn eentje op de bak, in het donker, was ik werkelijk schijtensbenauwd. Ik zag overal branding en dat meldde ik ook. Jezus, wat was ik bang. De aanblik en het geraas van die branding zo vlakbij en de wind en de regen en de duisternis, na al die jaren lopen de rillingen me nog over de rug als ik eraan denk. Zo zullen we allemaal wel onze eigen speciale angsten hebben. Het punt is alleen om ze te onderkennen en voor jezelf te durven bekennen.
Weer stootten we, wat daar voorop, zonder geluid van de motor nog veel meer herrie was dan achterop. Het schokte en het kraakte en het krijste. Toen ben ik op eigen initiatief naar achteren gerend, naar een beetje licht, naar ménsen. Deze keer bleven we muurvast zitten en ik weet nog dat er achteruit geslagen werd en dat dat alleen een hoop extra herrie opleverde, maar vlot kwamen we niet meer.

-------------------------------------------------------Afbeelding

We maakten meteen water in de machinekamer en toen we een hoek van het luik opengooiden, bleek ook daar al water te staan. Daarna volgde het klaarmaken van de sloep en het afschieten van die drie vuurpijlen, tot we uiteindelijk niets meer konden doen en met zijn zevenen in het stuurhuis bij elkaar hokten. Naarmate het water in het ruim en in de machinekamer steeg, werd het bonken en stoten minder, maar we kregen geleidelijk aan wel steeds meer slagzij over stuurboord.
Op zeker moment zagen we de lichten van een schip dat op een zuidwestelijke koers dwars voor ons langs voer, twee toplichten en het bakboordslicht. Onmiddellijk werd de emmer met zand weer voorgaats gesleurd en twee vuurpijlen afgeschoten terwijl de stuurman met de aldislamp in de weer was. Dit schip reageerde niet, maar doofde zijn lichten en voer gewoon door. Zo werd dat toen verklaard. Het is echter ook mogelijk dat ze ons niet hebben opgemerkt en dat hij in de regen verdween.
Later, hoeveel later weet ik werkelijk niet meer passeerde er opnieuw een schip en die reageerde wél op onze seinen. Ik meen dat dit een ferry was die uit Turku kwam en onderweg was naar Zweden. Het is dit schip geweest dat per radio alarm sloeg en onze positie en situatie doorgaf. Verder konden ze daar aan boord weinig doen.
Het werden lange, bange uren, ook al wisten we nu dat er hulp zou komen. Door wind en zee zat er zo nu en dan toch nog beweging in het schip en de slagzij nam nog steeds toe. Nadat Jaap de monsterboekjes uit had laten delen, vroeg hij aan mij om naar beneden te gaan, naar zijn slaaphut en de weekendtas die daar in de kast stond vol te pakken met wat kleding en andere spullen die hij nodig zou hebben als we het schip zouden verlaten.
Ik naar beneden. Dat betekende niet één, maar twee dekken lager. Vanuit de salon kwam je aan bakboord in een klein halletje waarvandaan een trap naar beneden voerde waar de slaaphut van de kapitein was met daarbij een vrij ruime badkamer en een reservehut voor twee personen. Ik heb daar benauwde ogenblikken beleefd. Ik was net begonnen met die tas in te pakken – ondergoed, sokken, een paar overhemden, een trui, scheergerei – toen er een extra hoge zee over de stenen moet zijn komen rollen die tegen het schip aanknalde waardoor we opnieuw een stukje verschoven en meer slagzij kregen. Dat hoorde en voelde ik daar beneden maar wat goed en ik haastte me de trap op, naar boven, maar toen ik de deur naar de salon open wilde doen, lukte dat niet. Ik kon hem op een kier van een paar centimeter krijgen en ik zag dat de grote tafel van de salon ertegenaan stond. Die tafel stond met haken aan de vloer vast, maar moest door het laatste geweld losgebroken zijn. In mijn gedachten zag ik het schip al van de stenen glijden en zinken terwijl ik daar beneden opgesloten zat.
Nu heb ik het grote geluk dat ik in een dergelijke situatie niet in paniek raak, maar juist kalmer word en begin te overleggen. Ik besefte dat toen nog niet omdat het de eerste keer was dat zoiets me overkwam, maar later heb ik nog een paar keer zoiets beleefd – heel kort daarna zelfs – en toen gebeurde hetzelfde. Harder tegen die deur duwen hielp niet, maar toen ik mijn vingers door de kier wrong en tegen de tafelrand drukte, bewoog hij een beetje en kon ik de deur een halve centimeter verder opendoen. Zo ben ik een kwartier aan het modderen geweest tot ik uiteindelijk mijn hele arm om de hoek kon steken en meer kracht kon zetten. Pas toen ik er helemaal uit was, en even op de bank in de salon ging zitten om bij te komen, kreeg ik de bibbers. Toen ik weer een beetje normaal was, heb ik de deur zo geblokkeerd dat hij niet meer dicht kon vallen waarna ik als de donder naar beneden ben gegaan om die tas verder in te pakken en toen weer naar boven, naar het stuurhuis, naar de mensen. Daar bleek nog een staartje cognac in de fles te zitten en daar heb ik toen maar een slokje van genomen.
Toch werd het me ook in dat stuurhuis al spoedig te benauwd, vooral omdat we intussen een twintig graden slagzij hadden, wat het bewegen toch wel bemoeilijkt en opnieuw kreeg ik visioenen van een kapseizend en zinkend schip en wij met zeven man worstelend in dat kleine stuurhuis.
Ik ben toen bakboordsdeur uitgegaan en naar beneden, de trap af. Onder die trap, naast de bakboordsdeur van de machinekamer, zat de accukist en daar ben ik op gaan zitten, beschut tegen weer en wind. Ik had die fles met dat staartje cognac uit het stuurhuis meegenomen en in de kombuis een mooi stukje Edammer kaas gevonden. Zelf had ik eerder al een tasje gepakt, zo’n Engelse pukkel die ik als schooltas had gebruikt en mijn mes aan mijn riem gehangen en zo installeerde ik me daar aan de hoge kant. Die oude kapok zwemvesten waren misschien niet zo goed, maar ze hielden je op het droge in elk geval een beetje warm en met zo nu en dan een slokje uit de fles – het was geen echte cognac, maar Asbach Uralt – een stukje kaas en een sigaretje, was het daar wel uit te houden. Ik meen dat ik zelfs een poosje in slaap ben gesukkeld terwijl God over de arme zeeman waakte.

----------------------------------------------- Afbeelding

Later arriveerde de reddingboot van Uusikaupunki. Uit de officiële berichten weet ik dat dit 's nachts om drie uur geweest moet zijn. Er werd driftig heen en weer geseind met de aldislamp en ze lieten ons weten dat ze niet dichterbij konden komen en dat we het daglicht af moesten wachten voordat ze iets zouden kunnen ondernemen. Dat zou pas zo rond acht uur die morgen zijn en dus volgden er nog eens vijf lange uren van wachten en hopen dat we niet alsnog van de stenen af zouden glijden en zinken.
Nog voor daglicht verdween de hoofdmotor onder water en niet lang daarna moest de hulpmotor op het bordes gestopt worden. Gelukkig hadden we de accu's nog zodat we niet in het hartstikke donker kwamen te zitten.
Om 08.00 uur naderde de reddingboot tot op 150 meter en schoot een lijn over. Daaraan zat een zwaardere lijn en vervolgens haalden we een rubber reddingsvlot door de branding langszij. Dat was een grote, zwarte reddingboei met een net erin waardoor het niet uitmaakte welke kant boven kwam. De beste plek om te ontschepen bleek aan stuurboord op de bak te zijn; daar was de branding het minst hevig. We hingen de loodsladder vanaf de bolders overboord en omdat ik de jongste en de laagste in rang was, werd ik aangewezen om als eerste te gaan. Graag had ik die eer aan een ander gelaten om eerst eens te kunnen bekijken hoe dat ging, maar, zoals ik aan mijn vriendinnetje schreef, was het nu eenmaal gewoonte dat de jonste als eerste ging en dus daalde ik, met mijn zwemvest aan en mijn wollen muts op en mijn pukkel om, vanaf de bolders de loodsladder af waar het vlot lag te deinen. De zee was wat handzamer geworden, maar er stond een flinke swell en als ik vanaf de laagste tree van de loodsladder mijn been strekte, kon ik het vlot, als het op zijn hoogste punt was, met mijn tenen nét raken.
“Springen!” werd er geroepen, maar ze konden me wat en ik liet het vlot eerst drie keer omhoog komen om goed te kijken hoe dat ging. De vierde keer sprong ik, mooi in het midden van het vlot in het net. Het was eind oktober en het water van de Bothnische Golf was koud. Ik greep me links en rechts aan de lijnen bovenop die grote reddingboei vast en daar ging ik al, weg van de plaats des onheils, richting reddingboot. Vanuit die lage positie leek de zee erg hoog en alleen op de toppen kon ik ons bootje en de reddingboot zien. Halverwege kreeg ik een zeetje over me heen en zo werd ik schoongewassen langszij van de reddingboot getrokken waar vele handen me vastgrepen, aan dek sleurden en naar voren sleepten. Daar werd een luik naar het vooronder opengetrokken, zo’n rond luik met een handwiel, en daar werd ik zonder verdere poespas min of meer ingedonderd. Beneden zat een jonge knul op me te wachten met handdoeken en dekens en daar was het ook warm. Nadat ik mijn zwemvest en mijn jack had uitgedaan, bleek ik van boven nog aardig droog te zijn en dus was het verder een kwestie van de broek uitwringen en te drogen hangen en met een deken om me heen gaan zitten of liggen. Een poosje later ging het luik weer open en kwam Pietje Toet omlaag. Toen Meinte, gevolgd door de kok, mijn oom Willem de machinist en als laatste Floris Grünwald. In goed een halfuur was het bekeken.
Jaap wilde zijn schip niet verlaten. Inmiddels was er ook een bergingsvaartuig gearriveerd, de Protector van Neptun uit Helsinki en die zouden Jaap, als dat nodig was, alsnog van boord kunnen halen zodat wij op weg naar binnen, naar Nystad konden gaan. Die reddingboot ging tekeer als een idioot en daar beneden in dat warme vooronder werd ik voor het eerst van mijn leven zeeziek en kotste al mijn kaas en cognac eruit, alhoewel ook de zenuwen en het breken van de spanning hier wel aan bijgedragen zullen hebben.

-----------------------------Afbeelding

De tijden weet ik niet meer, maar het was 23 mijl naar binnen en daar deed de reddingboot onder die omstandigheden ongeveer drie uur over. Op de kade stond de pers te wachten en toen maakte de fotograaf van de Turun Sanomat de foto hierboven. Vanaf de mast links, de man met de pet en shawl, hand in de zak: de stuurman van de reddingboot. Naast hem, met uniformpet, stuurman Floris Grünwald. Daarnaast ikzelf als kleinste van het stel. Voor me, met alpinopet, kok Esser. Dan Meinte Sijtsma en Piet Toet en helemaal rechts met alpinopet de schipper van de reddingboot. Als ik me goed herinner was hij in het dagelijks leven directeur van een bank in Nystad.
We werden naar een groot, oud hotel even naast het centrum gebracht. Het werd gerund door twee oude dames en ik kan me geen andere gasten herinneren. Dat was op 22 oktober 1951. Hoe ons verblijf in Nystad/Uusikaupunki verder verliep, komt in de volgende aflevering.


Tekst © 2014 Theo Horsten

Notice: I am doing my utmost to respect and deal with the copyrights of third parties.
Anyone who feels that his or her rights in connection with the images placed in this topic
have been violated or wronged, is invited to contact the webmaster and indicate the
relevant objections so that appropriate action can and may be taken.
Omnia transit sed navigare necesse est

Gebruikersavatar
jdbvos
Berichten: 7084
Lid geworden op: 22 apr 2006 16:17
Locatie: Groningen

Re: Naar zee...

Bericht door jdbvos » 28 apr 2014 20:58

Nou zeg ! Wát een verhaal !
En nou eens "straight from the horse's mouth"....
Nou je er over leest, heet het een avontuur.....als je het overkomt dreutelt het zachies je broek uit....
Tsjonge....
het zal je maar overkomen !
Maar je KUNT het tenslotte vertellen, Theo ! Dat was mazzel: heel wat collegae kunnen dat niet.....
Sommigen zijn al decennia bezig met "een eindje zwemmen"

Gebruikersavatar
Harry G. Hogeboom
Berichten: 11721
Lid geworden op: 22 jul 2004 02:07
Locatie: Canada

Re: Naar zee...

Bericht door Harry G. Hogeboom » 28 apr 2014 21:25

Mooi verhaal schipper, heel mooi verhaal..........heppie echt niet in je broek gescheten daar op die bak alleen :oops:
Een van m'n oudere massinisten kollega's uit Olst ( R.I.P.) is zoiets ook overkomen op z'n eerste reissie op een potje in de mid 1950ties dwars van Esbjerg geloof ik, op een haar na verzopen........toch is hij blijven varen net als jij.
MVG HGH.
"Don't sweat the small stuff"



Plaats reactie