Naar zee...

Een gezellig, leuk en informatief Scheepvaartforum
Gebruikersavatar
Theo Horsten (R.I.P.)
Berichten: 7820
Lid geworden op: 21 jul 2004 22:57
Locatie: N.Griekenland
Contacteer:

Re: Naar zee...

Bericht door Theo Horsten (R.I.P.) »

Ja, dat valt mij ook op, hoe bepaalde gedeeltes eruit worden gepikt. :-D
Dat is goede feedback.
Omnia transit sed navigare necesse est


Gebruikersavatar
Theo Horsten (R.I.P.)
Berichten: 7820
Lid geworden op: 21 jul 2004 22:57
Locatie: N.Griekenland
Contacteer:

Re: Naar zee...

Bericht door Theo Horsten (R.I.P.) »

--------------------------------------------------------------- Afbeelding
--------------------------------------------------------------------------------------------Op Sandbäcks Norra


------------------------------------------------------------------------------------------Naar zee...((4)
-------------------------------------------------------------------------------------------On the beach

Als een schip averij oploopt die zo ernstig is dat het gebeurde het nieuws haalt en de vraag belangrijk wordt hoe dat gekomen is en wie er mogelijk schuld aan had, zijn er gewoonlijk verschillende lezingen van het gebeurde en worden er snel meningen gevormd. Wie ten tijde van de ramp niet zelf aan boord was, moet daarbij afgaan op berichten en verklaringen van anderen, waarbij, zélfs als het verklaringen uit de eerste hand zijn, telkens weer de vraag rijst hoe betrouwbaar en hoe waarheidsgetrouw die zijn. Afgezien van berichten in de vakpers is de betrouwbaarheid van berichten in de media op zijn zachtst gezegd twijfelachtig, maar desondanks worden aan de hand van die informatie meningen gevormd en uitgesproken, conclusies getrokken en oordelen gegeven en geveld. We doen daar, een enkele uitzondering daargelaten, allemaal wel eens aan mee, maar toch blijft het zaak om een en ander telkens weer kritisch te bekijken. Er wordt wel eens gesuggereerd en zelfs met stelligheid beweerd dat de journalisten van tegenwoordig maar een eind weg schrijven zonder te weten waar ze het over hebben, waardoor ze de meest domme fouten maken en dat dat vroeger toch maar heel anders was. Nou, dat was in 1951 precies hetzelfde, hoor. Ook toen werd er veel onzin verkocht.

De stranding van de Jan Kreumer haalde de pers. Niet dat het nu zo verschrikkelijk spectaculair was, maar het was wel een ernstig ongeval en we waren een lange, bange nacht in direct levensgevaar geweest. We waren gestrand op Sandbäcks Norra, een stelletje gemene stenen waar nu een mooi licht op staat, maar die destijds alleen gedekt werden door het sectorenvuur van Medelklubben. Het weer werd alleen maar slechter en de branding werd steeds wilder en toen na enige uren bonken en hengsten het hele vlak aan flarden was en ruim en machinekamer vol water stonden, lagen we wel vast, maar de slagzij nam alsmaar toe en het gevaar was aanwezig dat we door wind en zee alsnog van de stenen afgeslagen zouden worden en in dieper water terechtkomen, waarna we zouden zinken als een steen. We hadden de sloep klaargemaakt, maar ik vraag me zelfs nu nog af of die onder die omstandigheden goed te water zou zijn gekomen en of we ons daar dan, in het donker, in slecht weer en tussen de stenen, mee gered zouden hebben. Met dat lullige kraantje - zie de foto hieronder - was het onder de meest gunstige omstandigheden al een hele klus om die zware boot uit de klampen en over het hekwerk buitenboord te krijgen, laat staan in donker op een schip dat met slagzij zinkende is. Toch dacht iedereen na, want ik zie nog hoe de kok, geheel op eigen initiatief een doos gecondenseerde melk in de sloep zette. Die rekende op een lange reis.

--------------------------------------------------------------- Afbeelding

We hadden geen radiotelefonie aan boord, dus een Mayday uitzenden kon niet. Het enige wat we hadden waren vuurpijlen, handstakellichten en een aldislamp. Maar het was hartstikke donker en het zicht was slecht en er was niemand in de buurt. Desondanks werd besloten om vuurpijlen af te schieten in de hoop dat er op het loodsstation of de toren van Isokari uitkijk werd gehouden.. Dat waren nog van die ouderwetse vuurpijlen, met een lange stok die de raket moest stabiliseren. Vuurwerk en stokken lagen los van elkaar opgeslagen, dus als je ze nodig had, moest je maar hopen dat niemand een paar stokken als vishengel had gebruikt of, toen het stuurhuis in de blanke lak gezet moest worden, van een van die stokken een stel mooie, schone roerhoutjes had gemaakt. Zo'n stok moest aan de zijkant langs de raket worden gechoven en vervolgens ergens in worden gestoken vanwaaruit hij afgevuurd kon worden; een koker, of twee ogen aan de verschansing, zoiets. Maar ja, daar was nooit zo over nagedacht, dus waar moesten we die nu insteken? Iemand kreeg een helder idee: een emmer zand. Dat was niet zomaar een idee en op een donkere, stormachtige nacht op de stenen in de Bothnische Golf heb je niet altijd zand voorhanden, maar wij hadden beneden, in het hok waar de kolengestookte kachel voor de centrale verwarming stond, een emmer zand staan om een beginnend brandje te blussen. Die werd aan dek gesleurd en daar werd de stok van een vuurpijl ingestoken. De kok moet een belangrijke rol in het geheel hebben gespeeld, want behalve het provianderen van de reddingboot, was hij nu degene die de eerste vuurpijl moest afschieten. Dat was een kwestie van de lont aansteken en een stapje terug doen. Er zouden drie vuurpijlen afgeschoten worden. De eerste ging met veel vuur en gesis als een tierelier de lucht in, ontplofte fraai en daalde vervolgens geleidelijk. Toen die gedoofd was, ging de tweede omhoog en ook die ging goed. De derde niet. Daarvan bleef de stok in de emmer met zand achter waardoor het kreng stuurloos werd en wild tuimelend door de lucht vloog, alle kanten op, maar gelukkig niet terug in onze richting. Voordat hij ontplofte, lag hij al in zee. Omdat we maar zes vuurpijlen hadden, werd besloten de resterende drie eerst achter de hand te houden.

Intussen liep het ruim snel vol en ook in de machinekamer kon de pomp het lang niet bijhouden. De hoofdmotor was gestopt en de liggende Deutz op het bordes gestart zodat we konden blijven pompen, maar het was letterlijk dweilen met de kraan open. We hokten met zijn zevenen in het stuurhuis bij elkaar terwijl we op de stenen lagen te hengsten en de slagzij alsmaar toenam.
"Stuurman," zei neef Jaap, "ga naar beneden, haal alle monsterboekjes uit mijn bureaula en deel die uit."
Dat deed Floris en toen hij terug was en iedereen zijn monsterboekje had, zei neef Jaap: "Steek het goed weg, waar het de meeste kans heeft om droog te blijven. Dan weten ze tenminste wie je bent als je wordt opgevist."
Dat gaf de zeeman moed en om nog wat meer moed te krijgen en een beetje warm te blijven werd een fles cognac opengetrokken en kreeg iedereen een neutje.
Neef Jaap deed dergelijke opwekkende uitspraken wel vaker. Toen we in de Rampstorm van februari 1953 met dat scheepje tegen letterlijk huizenhoge golven op moesten tornen en in diepe dalen doken en telkens maar weer moesten hopen dat de kop op tijd omhoog zou komen, sprak hij op zeker moment: "Nou, één troost hebben we: als het fout gaat zijn we in elk geval snel uit ons lijden."

Ik zei hierboven al dat er al gauw verschillende lezingen van het gebeurde zijn en verderop zullen we zien hoe verschillend die waren, maar ik heb een uitstekend geheugen en weet exact wat er allemaal gebeurd is, wie wat zij en op welk moment en wie wat deed. Zo weet ik dus ook wat er in de verschillende berichten niet klopt en dat geldt ook voor de officiële berichten.
Maar laten we het vooralsnog simpel houden en beginnen met een verslag "heet van de naald", wat in dit geval wilde zeggen: twee dagen na het gebeurde. En omdat ik het vooralsnog simpel wil houden, is het ook een simpel verslag: de al eerder genoemde brief die ik vanuit Nystad aan mijn toenmalige vriendinnetje schreef en waarin ik beknopt weergeef wat er was gebeurd. Dat ik me daarbij en passant opwerp als bergingsexpert en schaderegelaar, moet de lezer maar voor lief en met een korrel zout nemen. Ik was tenslotte zeventien jaar en was net krap vijf maanden in de maritieme sector werkzaam. Daar gaan we...

--------------------------------------------------------------Afbeelding
---------------------------------------------------------------------------------Het origineel. Transcriptie hieronder
------------------------------------------------------------------------------Na zestig jaar eindelijk het ware verhaal...


----------Afbeelding--Afbeelding

Ik zou denken dat dit toch een keurige brief voor een zeventienjarige. Het gaat bij dit soort zaken altijd om kleinigheden, om kleine afwijkingen tussen de verschillende verklaringen en berichten, maar wat hierboven staat, is waar. Nu staat er misschien niet veel, maar wat er staat, is belangrijk. Alhoewel, wat is nu eigenlijk nog belangrijk? Het had destijds misschien belangrijk kunnen zijn, want nu is het allemaal verjaard, totaal niet belangrijk meer en alleen nog goed voor een aardig stukkie op een forum of voor je memoires die je in je tuin, onder de pruimenboom kunt schrijven en een titel meegeven zoals bijvoorbeeld "Herinneringen uit een Zeemansleven in de Vorige Eeuw."

Gaan we nu gelijk verder met het eerste uitgebreide bericht dat op woensdag 24 oktober 1951 in het Nieuwsblad van het Noorden verscheenナ

----------------------------------------------Afbeelding

We kunnen nu wel zeggen dat journalisten maar raak schrijven en er zitten ook minstens zes fouten in dat artikeltje, maar kranten hoeven zich, zolang ze niemand persoonlijk noemen of aanspreken, nu eenmaal niet aan de waarheid te houden. Voor de nietsvermoedende, gemiddelde lezer was het best een aardig stukkie dat menigeen zal hebben doen opkijken. Het was ook best een opzienbarend geval, zo zelfs dat de maritiem historicus Frits Loomeijer er in Schuttevaer vierendertig jaar later, in november 1985, drie afleveringen van zijn rubriek "Van de waterkant gezien" aan wijdde. Het spreekt vanzelf dat Loomeijer goede research deed voor die drie artikelen en zijn informatie zal dan ook zonder meer betrouwbaar zijn. Zo zal hij ook inzage hebben gehad in de scheepsverklaring die neef Jaap een paar dagen na het gebeurde aflegde. Waar, dat weet ik niet. Misschien in Turku, maar mogelijk is hij ervoor naar Helsinki gereisd. In tegenstelling tot wat ik in mijn brief aan mijn vriendinnetje en latere echtgenote schreef, was mijn aanwezigheid en inbreng daarbij in elk geval niet vereist. Hij verklaarde toen het volgende...
    • De motorcoaster 'Jan Kreumer', 350 dwt groot en gebouwd in 1935 bij scheepswerf Gebr. Niestern te Delfzijl als 'Jola', vertrok op 21 oktober 1951 om 06.30 uur in ballast van Abö naar Kristinestad om aldaar een lading hout met bestemming Hull te laden. De bemanning was voltallig, de luiken gesloten, de kleden geschalkt en de voorpiek met dubbele bodemtanks volledig gevuld met water.

      Te 17.50 uur zetten we de loods af dwars van Enskjär en we stuurden vervolgens in de witte sektor van Medklubben recht achteruit met een koers van NW t W ½ W. De wind was inmiddels nog rneer in kracht toegenomen en tijdens de regenbuien was het zicht slecht. Zo nu en dan verdween de witte sektor van Medklubben, doch na opklaring kwam het vuur weer door.

      Te 19.00 uur gaven wij een weinig SB en stuurden NW t W ¼ W. Het zicht was door een zware regenbui slecht geworden en we zagen de witte sektor van Medklubben niet meer. De log wees ruim 8 mijl aan en we keken scherp uit naar de witte sektor, die niet meer te voorschijn kwam wegens de zware bui. We gaven onmiddellijk de motor wat langzamer, doch zagen plotseling vooruit de branding.
      We gaven hard SB-roer, waarop het schip zeer snel reageerde en we draaiden in korte tijd, mede door het balansroer, circa 12 streken, doch enkele minuten daarna, en wel te 19.12 uur, voelden we een zware stoot, direkt gevolgd door meerdere stoten, Binnen een paar minuten zat het schip muurvast. De schroef was bij de eerste stoten al gestopt, maar de "Jan Kreumer" zat zo omhoog dat volaan achteruit draaien geen enkele effekt had. Onmiddellijk na het vastlopcn werd het ruim en de machinekamer gekontroleerd en de bemanning kwam tot de ontdekking dat beide ruimten veel water maakten, Het schip had het zwaar te verduren. De branding beukte erop en spoedig begon het slagzij te maken. Alle, aan boord beschikbare pompen werden bijgezet, maar deze hielden het water niet bij. Na korte tijd werd dc hoofdmotor gestopt omdat het water te hoog kwam, De reddingboot werd klaargemaakt om eventueel snel van boord te kunnen. De slagzij bedroeg reeds 18 graden.
      Te 2200 uur passeerde ons een schip aan BB op korte afstand. Wij gaven noodseinen en deze werden opgemerkt.
      Het was inmiddels helder zicht geworden en we zagen de groene sektor van Medklubben flauw doorkomen en het witte vuur van Enskjär, We zaten dus op de stenen van Sandbacks Nord Grundet, Op 22 oktober om 03,00 uur arriveerde de reddingsboot uit Nystad en deze seinde aan ons dat hij ons gedurendc de nacht er niet af kon halen. Doch hij bleef in de nabijheid
      Te 07.00 uur was het water reeds tot circa 2,50 meter in de machinekamer gestegen en viel de lichtmotor door binnendringend water stil. Het schip had inmiddels een slagzij van 20 graden gekregen en de toestand aan boord werd zeer hachelijk.
      Te 08.00 uur werd door de reddingboot een lijn over het achterschip geschoten en aan de lijn werd een reddingsvlot bevestigd, welke wij door de branding naar het schip trokken en waarmee de bemanning een voor een van boord werd gehaald,
      Het schip begon nog meer te hellen en het water in het ruim en de machinekamer bleef stijgen, Te 10,45 uur bedroeg de slagzij 28 graden en mede op aandringen van de reddingbootkapitein werd eveneens door mij besloten het schip te verlaten, om reden dat kapseizen niet uitgesloten was.
Dat was het. Dat was het eerste officiële verslag van het gebeurde, afgelegd ten overstaan van een bevoegd ambtenaar en ondertekend als zijnde de waarheid. Hier ga ik nu mijn eigen relaas aan toevoegen of tegenover stellen, net hoe je het wilt noemen, in niet ambtelijke taal, net zoals die brief aan mijn vriendinnetje. Vanaf het tijdstip dat we de loods ontscheepten tot het moment dat we met de reddingboot in Nystad aankwamen en we voor de fotograaf van de Turun Sanomat poseerden.

Afbeelding

--------------------------------------De uitloop van Isokari naar zee in de witte sector van het vuur van Medelklubben-Fins: Keskikallio

Ik denk dat ik de loods van boord heb geholpen terwijl Meinte Sijtsma al aan het wiel stond. Ik moet voor die tijd de log al hebben klaargemaakt om uit te vieren. Die hing keurig opgeschoten - linksom - aan de reserveschroef op het achterdek, maar die mocht je nooit zo, vanuit de opgeschoten toestand uitvieren omdat het dan kon gebeuren dat de ene slag onder de andere kwam en de zaak in de war liep waarna het een enorme puinhoop werd. Zodra de vin in het water kwam, begon die onmiddellijk te draaien en als het dan fout ging, draaide alles in de knoop. Dus: klok plaatsen en met het aangesplitste eindje aan de railing vastzetten. Loglijn omgekeerd op dek leggen, met de vin onderop, vasthaken aan het vliegwiel en dan de lijn op een losse hoop gooien. Als de log uitgevierd moest worden, gooide je de vin overboord en liet hem vrij uitlopen waarna je hem tijdig opving en rustig strak achter het vliegwiel liet komen. Inhalen was eveneens een speciale procedure, maar dat doet hier nu minder ter zake. Het behoort intussen allemaal tot de oude ambachten.
Daarna ben ik naar het stuurhuis gegaan waar ik het vaste plekje als uitkijk innam als je met twee man op wacht was: aan bakboord in het hoekje. Vanaf die plek kon ik ook naar achteren kijken en omdat ik wist wat de bedoeling was, hield ik ook dat witte vuurtje achteruit in de gaten. Dat dat Medeklubben was, wist ik niet, maar dat was ook niet belangrijk. Jaap stond zoals altijd aan stuurboord uit het open raam geleund. Dat waren van die ramen zoals je lang geleden ook in de oude treinen had, met zo'n brede lieren riem eraan waarmee je het kon laten zakken en ophalen. Het was donker en het waaide en zo nu en dan regende het en op zeker moment was het vuur achteruit niet meer te zien. Of ik dat gemeld heb, weet ik werkelijk niet meer, maar Jaap keek ook regelmatig achterom en moet geweten hebben dat het in de regen verdween. We draaiden steeds volle kracht en hebben geen moment afgeslackt, maar op zeker moment brulde neef Jaap: "Hard bakboord!"
Meinte Sijtsma reageerde onmiddellijk en legde het roer bakboord aan boord. Direct daarop liepen we op de stenen.
Je moet het hebben meegemaakt om te weten wat het is en hoe het klinkt als een leeg schip volle kracht op de stenen loopt. Dat is een afgrijselijk geluid. Niet één geluid, maar een kakofonie van allerlei geluiden en daarbij het schokken en het bonken en het schudden en het rammelen. Zo mooi als de geluiden zijn die een van niet al te grote hoogte gevallen piano maakt - en ik behoor tot de gelukkigen die weet hoe dat klinkt - zo verschrikkelijk is het geluid van een schip dat omhoog loopt.

De minuten daarna zijn in mijn herinnering een chaos. We kwamen weer vrij, dat weet ik wel. Uiteraard had Jaap de schroef gestopt, maar of hij achteruit heeft geslagen en wanneer de schroef weer op vooruit in zijn werk heeft gezet en of hij daarna stuurboord of bakboord uit is gegaan, weet ik echt allemaal niet meer. Ik weet wel dat we weer voeren en dat het de bedoeling was dat we terug zouden gaan, richting loodsstation. Ik werd naar voren gestuurd, naar de bak om uit te kijken naar stenen, naar branding en daar, in mijn eentje op de bak, in het donker, was ik werkelijk schijtensbenauwd. Ik zag overal branding en dat meldde ik ook. Jezus, wat was ik bang. De aanblik en het geraas van die branding zo vlakbij en de wind en de regen en de duisternis, na al die jaren lopen de rillingen me nog over de rug als ik eraan denk. Zo zullen we allemaal wel onze eigen speciale angsten hebben. Het punt is alleen om ze te onderkennen en voor jezelf te durven bekennen.
Weer stootten we, wat daar voorop, zonder geluid van de motor nog veel meer herrie was dan achterop. Het schokte en het kraakte en het krijste. Toen ben ik op eigen initiatief naar achteren gerend, naar een beetje licht, naar ménsen. Deze keer bleven we muurvast zitten en ik weet nog dat er achteruit geslagen werd en dat dat alleen een hoop extra herrie opleverde, maar vlot kwamen we niet meer.

-------------------------------------------------------Afbeelding

We maakten meteen water in de machinekamer en toen we een hoek van het luik opengooiden, bleek ook daar al water te staan. Daarna volgde het klaarmaken van de sloep en het afschieten van die drie vuurpijlen, tot we uiteindelijk niets meer konden doen en met zijn zevenen in het stuurhuis bij elkaar hokten. Naarmate het water in het ruim en in de machinekamer steeg, werd het bonken en stoten minder, maar we kregen geleidelijk aan wel steeds meer slagzij over stuurboord.
Op zeker moment zagen we de lichten van een schip dat op een zuidwestelijke koers dwars voor ons langs voer, twee toplichten en het bakboordslicht. Onmiddellijk werd de emmer met zand weer voorgaats gesleurd en twee vuurpijlen afgeschoten terwijl de stuurman met de aldislamp in de weer was. Dit schip reageerde niet, maar doofde zijn lichten en voer gewoon door. Zo werd dat toen verklaard. Het is echter ook mogelijk dat ze ons niet hebben opgemerkt en dat hij in de regen verdween.
Later, hoeveel later weet ik werkelijk niet meer passeerde er opnieuw een schip en die reageerde wél op onze seinen. Ik meen dat dit een ferry was die uit Turku kwam en onderweg was naar Zweden. Het is dit schip geweest dat per radio alarm sloeg en onze positie en situatie doorgaf. Verder konden ze daar aan boord weinig doen.
Het werden lange, bange uren, ook al wisten we nu dat er hulp zou komen. Door wind en zee zat er zo nu en dan toch nog beweging in het schip en de slagzij nam nog steeds toe. Nadat Jaap de monsterboekjes uit had laten delen, vroeg hij aan mij om naar beneden te gaan, naar zijn slaaphut en de weekendtas die daar in de kast stond vol te pakken met wat kleding en andere spullen die hij nodig zou hebben als we het schip zouden verlaten.
Ik naar beneden. Dat betekende niet één, maar twee dekken lager. Vanuit de salon kwam je aan bakboord in een klein halletje waarvandaan een trap naar beneden voerde waar de slaaphut van de kapitein was met daarbij een vrij ruime badkamer en een reservehut voor twee personen. Ik heb daar benauwde ogenblikken beleefd. Ik was net begonnen met die tas in te pakken – ondergoed, sokken, een paar overhemden, een trui, scheergerei – toen er een extra hoge zee over de stenen moet zijn komen rollen die tegen het schip aanknalde waardoor we opnieuw een stukje verschoven en meer slagzij kregen. Dat hoorde en voelde ik daar beneden maar wat goed en ik haastte me de trap op, naar boven, maar toen ik de deur naar de salon open wilde doen, lukte dat niet. Ik kon hem op een kier van een paar centimeter krijgen en ik zag dat de grote tafel van de salon ertegenaan stond. Die tafel stond met haken aan de vloer vast, maar moest door het laatste geweld losgebroken zijn. In mijn gedachten zag ik het schip al van de stenen glijden en zinken terwijl ik daar beneden opgesloten zat.
Nu heb ik het grote geluk dat ik in een dergelijke situatie niet in paniek raak, maar juist kalmer word en begin te overleggen. Ik besefte dat toen nog niet omdat het de eerste keer was dat zoiets me overkwam, maar later heb ik nog een paar keer zoiets beleefd – heel kort daarna zelfs – en toen gebeurde hetzelfde. Harder tegen die deur duwen hielp niet, maar toen ik mijn vingers door de kier wrong en tegen de tafelrand drukte, bewoog hij een beetje en kon ik de deur een halve centimeter verder opendoen. Zo ben ik een kwartier aan het modderen geweest tot ik uiteindelijk mijn hele arm om de hoek kon steken en meer kracht kon zetten. Pas toen ik er helemaal uit was, en even op de bank in de salon ging zitten om bij te komen, kreeg ik de bibbers. Toen ik weer een beetje normaal was, heb ik de deur zo geblokkeerd dat hij niet meer dicht kon vallen waarna ik als de donder naar beneden ben gegaan om die tas verder in te pakken en toen weer naar boven, naar het stuurhuis, naar de mensen. Daar bleek nog een staartje cognac in de fles te zitten en daar heb ik toen maar een slokje van genomen.
Toch werd het me ook in dat stuurhuis al spoedig te benauwd, vooral omdat we intussen een twintig graden slagzij hadden, wat het bewegen toch wel bemoeilijkt en opnieuw kreeg ik visioenen van een kapseizend en zinkend schip en wij met zeven man worstelend in dat kleine stuurhuis.
Ik ben toen bakboordsdeur uitgegaan en naar beneden, de trap af. Onder die trap, naast de bakboordsdeur van de machinekamer, zat de accukist en daar ben ik op gaan zitten, beschut tegen weer en wind. Ik had die fles met dat staartje cognac uit het stuurhuis meegenomen en in de kombuis een mooi stukje Edammer kaas gevonden. Zelf had ik eerder al een tasje gepakt, zo’n Engelse pukkel die ik als schooltas had gebruikt en mijn mes aan mijn riem gehangen en zo installeerde ik me daar aan de hoge kant. Die oude kapok zwemvesten waren misschien niet zo goed, maar ze hielden je op het droge in elk geval een beetje warm en met zo nu en dan een slokje uit de fles – het was geen echte cognac, maar Asbach Uralt – een stukje kaas en een sigaretje, was het daar wel uit te houden. Ik meen dat ik zelfs een poosje in slaap ben gesukkeld terwijl God over de arme zeeman waakte.

----------------------------------------------- Afbeelding

Later arriveerde de reddingboot van Uusikaupunki. Uit de officiële berichten weet ik dat dit 's nachts om drie uur geweest moet zijn. Er werd driftig heen en weer geseind met de aldislamp en ze lieten ons weten dat ze niet dichterbij konden komen en dat we het daglicht af moesten wachten voordat ze iets zouden kunnen ondernemen. Dat zou pas zo rond acht uur die morgen zijn en dus volgden er nog eens vijf lange uren van wachten en hopen dat we niet alsnog van de stenen af zouden glijden en zinken.
Nog voor daglicht verdween de hoofdmotor onder water en niet lang daarna moest de hulpmotor op het bordes gestopt worden. Gelukkig hadden we de accu's nog zodat we niet in het hartstikke donker kwamen te zitten.
Om 08.00 uur naderde de reddingboot tot op 150 meter en schoot een lijn over. Daaraan zat een zwaardere lijn en vervolgens haalden we een rubber reddingsvlot door de branding langszij. Dat was een grote, zwarte reddingboei met een net erin waardoor het niet uitmaakte welke kant boven kwam. De beste plek om te ontschepen bleek aan stuurboord op de bak te zijn; daar was de branding het minst hevig. We hingen de loodsladder vanaf de bolders overboord en omdat ik de jongste en de laagste in rang was, werd ik aangewezen om als eerste te gaan. Graag had ik die eer aan een ander gelaten om eerst eens te kunnen bekijken hoe dat ging, maar, zoals ik aan mijn vriendinnetje schreef, was het nu eenmaal gewoonte dat de jonste als eerste ging en dus daalde ik, met mijn zwemvest aan en mijn wollen muts op en mijn pukkel om, vanaf de bolders de loodsladder af waar het vlot lag te deinen. De zee was wat handzamer geworden, maar er stond een flinke swell en als ik vanaf de laagste tree van de loodsladder mijn been strekte, kon ik het vlot, als het op zijn hoogste punt was, met mijn tenen nét raken.
“Springen!” werd er geroepen, maar ze konden me wat en ik liet het vlot eerst drie keer omhoog komen om goed te kijken hoe dat ging. De vierde keer sprong ik, mooi in het midden van het vlot in het net. Het was eind oktober en het water van de Bothnische Golf was koud. Ik greep me links en rechts aan de lijnen bovenop die grote reddingboei vast en daar ging ik al, weg van de plaats des onheils, richting reddingboot. Vanuit die lage positie leek de zee erg hoog en alleen op de toppen kon ik ons bootje en de reddingboot zien. Halverwege kreeg ik een zeetje over me heen en zo werd ik schoongewassen langszij van de reddingboot getrokken waar vele handen me vastgrepen, aan dek sleurden en naar voren sleepten. Daar werd een luik naar het vooronder opengetrokken, zo’n rond luik met een handwiel, en daar werd ik zonder verdere poespas min of meer ingedonderd. Beneden zat een jonge knul op me te wachten met handdoeken en dekens en daar was het ook warm. Nadat ik mijn zwemvest en mijn jack had uitgedaan, bleek ik van boven nog aardig droog te zijn en dus was het verder een kwestie van de broek uitwringen en te drogen hangen en met een deken om me heen gaan zitten of liggen. Een poosje later ging het luik weer open en kwam Pietje Toet omlaag. Toen Meinte, gevolgd door de kok, mijn oom Willem de machinist en als laatste Floris Grünwald. In goed een halfuur was het bekeken.
Jaap wilde zijn schip niet verlaten. Inmiddels was er ook een bergingsvaartuig gearriveerd, de Protector van Neptun uit Helsinki en die zouden Jaap, als dat nodig was, alsnog van boord kunnen halen zodat wij op weg naar binnen, naar Nystad konden gaan. Die reddingboot ging tekeer als een idioot en daar beneden in dat warme vooronder werd ik voor het eerst van mijn leven zeeziek en kotste al mijn kaas en cognac eruit, alhoewel ook de zenuwen en het breken van de spanning hier wel aan bijgedragen zullen hebben.

-----------------------------Afbeelding

De tijden weet ik niet meer, maar het was 23 mijl naar binnen en daar deed de reddingboot onder die omstandigheden ongeveer drie uur over. Op de kade stond de pers te wachten en toen maakte de fotograaf van de Turun Sanomat de foto hierboven. Vanaf de mast links, de man met de pet en shawl, hand in de zak: de stuurman van de reddingboot. Naast hem, met uniformpet, stuurman Floris Grünwald. Daarnaast ikzelf als kleinste van het stel. Voor me, met alpinopet, kok Esser. Dan Meinte Sijtsma en Piet Toet en helemaal rechts met alpinopet de schipper van de reddingboot. Als ik me goed herinner was hij in het dagelijks leven directeur van een bank in Nystad.
We werden naar een groot, oud hotel even naast het centrum gebracht. Het werd gerund door twee oude dames en ik kan me geen andere gasten herinneren. Dat was op 22 oktober 1951. Hoe ons verblijf in Nystad/Uusikaupunki verder verliep, komt in de volgende aflevering.


Tekst © 2014 Theo Horsten

Notice: I am doing my utmost to respect and deal with the copyrights of third parties.
Anyone who feels that his or her rights in connection with the images placed in this topic
have been violated or wronged, is invited to contact the webmaster and indicate the
relevant objections so that appropriate action can and may be taken.
Omnia transit sed navigare necesse est

Gebruikersavatar
jdbvos
Berichten: 7863
Lid geworden op: 22 apr 2006 16:17
Locatie: Groningen
Contacteer:

Re: Naar zee...

Bericht door jdbvos »

Nou zeg ! Wát een verhaal !
En nou eens "straight from the horse's mouth"....
Nou je er over leest, heet het een avontuur.....als je het overkomt dreutelt het zachies je broek uit....
Tsjonge....
het zal je maar overkomen !
Maar je KUNT het tenslotte vertellen, Theo ! Dat was mazzel: heel wat collegae kunnen dat niet.....
Sommigen zijn al decennia bezig met "een eindje zwemmen"
Oost, west...ook best

Gebruikersavatar
Harry G. Hogeboom
Berichten: 11731
Lid geworden op: 22 jul 2004 02:07
Locatie: Canada

Re: Naar zee...

Bericht door Harry G. Hogeboom »

Mooi verhaal schipper, heel mooi verhaal..........heppie echt niet in je broek gescheten daar op die bak alleen :oops:
Een van m'n oudere massinisten kollega's uit Olst ( R.I.P.) is zoiets ook overkomen op z'n eerste reissie op een potje in de mid 1950ties dwars van Esbjerg geloof ik, op een haar na verzopen........toch is hij blijven varen net als jij.
MVG HGH.
"Don't sweat the small stuff"

Jos Komen (R.I.P)

Re: Naar zee...

Bericht door Jos Komen (R.I.P) »

Weer prachtig beschreven, Theo. :-D
In de loop der jaren hebben we regelmatig al het een en ander gelezen over het potje van je Tante, maar nu krijgen we het echte verhaal te lezen.
massinisten kollega's uit Olst

Kwamen er eigenlijk alleen maar massinissies uut Olst?
Of waren er ook Olstenaren die het licht gezien hadden en stuurman zijn geworden? :lol:
En hoe most dat dan op de boerderij als alle jongkerels naar zee gingen? :wink:

Gebruikersavatar
Harry G. Hogeboom
Berichten: 11731
Lid geworden op: 22 jul 2004 02:07
Locatie: Canada

Re: Naar zee...

Bericht door Harry G. Hogeboom »

Kwamen er eigenlijk alleen maar massinissies uut Olst?
Ik weet niet beter Jos, 14 in totaal, ik was de op een na jongste en ken ze allemaal persoonlijk bij naam en toenaam, op een uitzondering na oud kollega Martin R., die is overleden toen ik nog een teenager was.( z'n broer Piet R. was ook massinist :lol: )
Of waren er ook Olstenaren die het licht gezien hadden en stuurman zijn geworden?
"WIJ" hielden niet alleen "het licht"aan Jossie, "we" hadden het ook duidelijk gezien. :lol: Zonder uitzondering hele goede banen aan de wal.
En hoe most dat dan op de boerderij als alle jongkerels naar zee gingen?
Er was niemand bij die van een boerderij kwam Jos, dat liep kennelijk wel los :lol:

Ik heb er onlangs nog een stukkie over geschreven in het Tijdschrift " Olster Erfgoed" met als titel:
Massinist'n op de grote handelsvaart uut ut darp Olst.
Met als ondertitel: Onze Cees is nu in Bangkok.

" een unieke en interessante bladzijde uit de toenmalige conventionele beroepengids van Olst aan de Ijssel"

Genoemde Cees is een paar jaar voor me uit en ik correspondeer nog regelmatig met hem.
MVG HGH.
"Don't sweat the small stuff"

Gebruikersavatar
Theo Horsten (R.I.P.)
Berichten: 7820
Lid geworden op: 21 jul 2004 22:57
Locatie: N.Griekenland
Contacteer:

Re: Naar zee...

Bericht door Theo Horsten (R.I.P.) »

@Jan, Harry, Jos en andere lezers.
Bedankt voor de reacties. Deze aflevering was minder werk omdat het verhaal "zichzelf schreef". Zo hoort dat met dit soort verhalen ook. Ik hoefde alleen maar terug te gaan naar die avond van de 21ste oktober 1951, naar het stuurhuis van de Jan Kreumer en het opnieuw te beleven.

Wat het in de broek schijten betreft: nee, heel zeker niet. Angst, bang zijn, vrees, zijn relatieve begrippen. Het is heel belangrijk dat een mens in dreigende situaties angstig wordt. Wie niet angstig wordt, produceert geen adrenaline en die heb je in bepaalde gevallen heel hard nodig om er goed doorheen te komen. Dit is de nuchter beredeneerde verklaring van het fenomeen, maar echt, nee, ik ben meerdere keren "schijtensbenauwd" geweest, maar toch bleef dat schijten uit. :-D
Ieder zal angst op zijn eigen manier ervaren en misschien ook tonen en er op zijn eigen manier mee omgaan en op reageren. Ik herinner me nog drie direct levensbedreigende situaties waarin ik later terechtkwam, een daarvan heel kort na die stranding en die komt in de volgende aflevering dan ook aan bod. Maar aan die verschillende ervaringen heb ik geen trauma, maar wel twee andere dingen overgehouden. Welke de eerste was en welke later kwam, zou ik niet weten, maar een ervan is dat ik me zolang als ik me kan herinneren "wat nu als"-scenario's voor de geest heb gehaald en daar dagen-, soms wekenlang over nagedacht heb waarna ik in sommige gevallen ook concrete maatregelen en voorzorgen nam voor het geval dat scenario op zekere dag werkelijkheid zou worden. In "De prijs" heb ik Jan Verduijn met een overlevingspakket uitgerust. Die heb ik hetzelfde laten doen: "Wat nu als?"
Zelf heb ik jarenlang een veel simpeler pakket in een hoekje van de bank in de kaartenkamer gereed gehad. Dat was na een aanvaring met een visserman op de Noordzee. Wij raakten hém en daardoor bleven de schade en de gevolgen beperkt. Maar "wat nu als" hij ons net achter de bak in ruim 1 had gepikt? Dan zou hij er een heel eind in doorgedrongen zijn en zouden we zeer snel zijn gezonken. Daar ben ik toen eens heel goed en heel lang over gaan nadenken.

Het tweede wat ik eraan heb overgehouden is dat ik altijd en overal kijk hoe ik in een noodsituatie weg kan komen. Waar is een uiitgang en wat nu als die versperd is? Ik zal in een hotel nooit verzuimen om te kijken waar de nooduitgangen zijn en even te kijken of de dichtsbijzijnde uitgang ook werkelijk vrij is. Dat heb ik overgehouden aan die salontafel die op 21 oktober 1951 de uitgang versperde.

Schijtensbenauwd, ja. Maar ook Avontuur met een hoofdletter. Niet alleen nu ik het nog eens overlees, maar ook toen al. Zo voelde dat toch wel. En een heel goede leerschool. Wat maakte je in een relatief korte tijd allemaal wel niet mee? En overal leerde ik van. En ook zeker niet afschrikwekkend, maar eerder een stimulans om te blijven varen.

Veertien machinisten uit een dorp met toen misschien 4000 inwoners! Is dat niet iets voor het Guinness Book of Records? :-D
Omnia transit sed navigare necesse est

Gebruikersavatar
Harry G. Hogeboom
Berichten: 11731
Lid geworden op: 22 jul 2004 02:07
Locatie: Canada

Re: Naar zee...

Bericht door Harry G. Hogeboom »

Veertien machinisten uit een dorp met toen misschien 4000 inwoners! Is dat niet iets voor het Guinness Book of Records?
Er staat me bij van 3600 brave zielen in die dagen Theo, maar zweren doe ik er niet op :oops:
DAT vonden "we" zelf ook wel, maar spijtig genoeg was de "rest van de wereld" het niet met ons eens. :mrgreen:
Als m'n " mini research" een beetje klopte, dan is Martin R. ( R.I.P.) in de mid 1950ties op z'n eerste reis op het potje " Pollux" uit Rotterdam, terugkomende met een deklast hout uit de Baltic bij zwaar weer in de buurt van Esbjerg omgesodemieterd en bekant verzopen. Hij ging vervolgens van schrik?? bij de Rotterdamse Lloyd varen, waar z'n tweeling broer Piet al voer :lol:( Die had vlak ervoor ook met een potje 6 weken vast gezeten in het ijs ergens in de Baltic :lol:
Als ik hier aan denk dan moet ik altijd nog weer ontiegelijk grinneken toen ik in 2008 met de " KNRM- Ijsselroeitocht" een gratis receptie kreeg aangeboden in het cafe-restaurant "Het Veerhuis" ( vroegaaah Cafe Bertus Boeve R.I.P.) van de nieuwe en voor mij onbekende uitbater met de opmerking : "Ik heb wel begrepen dat jij en je maten hier vroeger voldoende hebben omgezet!" :mrgreen: :lol:
Dat was dus 30+ jaren na dato!!! :lol: :mrgreen:
MVG HGH.
"Don't sweat the small stuff"

Gebruikersavatar
Theo Horsten (R.I.P.)
Berichten: 7820
Lid geworden op: 21 jul 2004 22:57
Locatie: N.Griekenland
Contacteer:

Re: Naar zee...

Bericht door Theo Horsten (R.I.P.) »

Harry schreef:Als m'n " mini research" een beetje klopte, dan is Martin R. ( R.I.P.) in de mid 1950ties op z'n eerste reis op het potje " Pollux" uit Rotterdam, terugkomende met een deklast hout uit de Baltic bij zwaar weer in de buurt van Esbjerg omgesodemieterd en bekant verzopen.
Ah! Now you're talking, man. De "Pollux".
Dat was niet tijdens zwaar weer - wind ZO 2-3 en een vlakke zee - en het was ook geen deklast hout uit de Baltic, maar cellulose uit Noorwegen. De gezagvoerder had geen idee waar hij mee bezig was en geen idee van stabiliteit. Hij had 350 ton in het ruim en 56 ton aan dek geladen, alleen op de luiken, niet in de gangboorden. Hij had geen ballast in de dubbele bodem. Nog een wonder dat ze zover zijn gekomen voordat ze omsodemieterden en helemaal een wonder dat ze er allemaal goed vanaf zijn gekomen.
Omdat er toen zoveel lieden rondvoeren die geen benul van stabiliteit hadden en al helemaal niet van de stabiliteit bij ladingen cellulose, was er in 1954 een bepaling uitgevaardigd dat kusters zoals de Pollux en anderen, altijd net zoveel water in de dubbele bodem moesten hebben als ze lading aan dek hadden, tenzij ze door een berekening konden aantonen dat het anders kon. Maar dat wist die gozer van de Pollux niet, had hij nooit iets van gehoord of gelezen. Hij kreeg zes maanden ontzegging.
Als je bij zo iemand komt te varen, ben je natuurlijk aan de heidenen overgeleverd en daarom was het misschien niet zo'n gek idee om naar de Lloyd te gaan.
Een zes zeven jaar later had je nog steeds mensen die van niks wisten, zelfs bij de baas waar ik voer. Enfin, ergens heb ik hier al eens verteld hoe dat soms ging. Hoe ik iemand die me over de telefonie toevertrouwde dat het wel "een waggelende eend leek" de Kalmarsund binnen heb gepraat en gezegd dat hij daar moest ankeren en daar zijn ballast moest veranderen. Die had hardboard op de luiken en had veel te véél ballast in en als iemand van niks weet, maak die dan maar eens duidelijk dat hij in bepaalde gevallen veiliger wordt als hij met minder ballast vaart. En de inspecteur had immers gezegd dat je net zoveel water in de bodem moset hebben als je lading aan dek had?
Gelukkig varen er tegenwoordig alleen nog maar grote geleerden, dus die dingen kunnen nu niet meer gebeuren. :roll:

Voor foto's van de POLLUX en het verslag van de Raad voor de Scheepvaart op Shipspotters.nl, klik HIER.
Omnia transit sed navigare necesse est

Gebruikersavatar
jdbvos
Berichten: 7863
Lid geworden op: 22 apr 2006 16:17
Locatie: Groningen
Contacteer:

Re: Naar zee...

Bericht door jdbvos »

dat ik altijd en overal kijk hoe ik in een noodsituatie weg kan komen
voor zover mij bekend heeft elke wtk/machinist dat 'in z'n bloed'......
Ooit als niet-wtk wel eens in de mk gestaan en absoluut geen idee had waar de uitgang was ??
Dan denk je ongetwijffeld :"Wat te doen als nu de shit de fan ff hits....."
Nee, de route via de 'normale weg (excl event lift) via de tunnelas, de schoorsteen, of zoals op vele Seatradeschepen met maar 1 echte uitgang, de route via de stuur-mk....
...Je had ze allemaal ingeprent binnen het eerste uur, óók hoe ze op de tast te vinden bij dood schip in het stikkedonker....

....en dat fenomeen heb ik nou ook altijd nog steeds in vreemde gebouwen zoals hotels...
Oost, west...ook best



Plaats reactie